Kolkende Rivieren

Ik zit in college (Sociologie) en we spreken over Elias. Norbert Elias Een socioloog die, met name in Nederland,een aardige voet aan de grond kreeg door zijn theorie over civilisatie. Norbert bekijkt alles vanuit een historische context, plaatst dat dan in zogenoemde ‘figuratie’ (kader/veld), en bespreekt in zijn 1600 pagina dikke boek de interdependentie tussen de spelers in de figuratie. Waarom doen we wat we doen?

Mijn gedachten dwalen al vrij snel af. Ik moet straks een essay schrijven en zoek nog naar een onderwerp. Al een tijdje blijf ik hangen bij het verhaal van Ingrid Betancourt. De Colombiaanse politicus die jaren gegijzeld werd door de FARC. Ze probeerde een aantal keer te ontsnappen en telkens als dat mislukte werden alle gevangenen gestraft. Haar naam werd veel genoemd in de  media, en tijdens de gijzelperiode kwam er gedrag bij haar boven waarin ze zichzelf nauwelijks herkende. Haar populariteit onder de gegijzelden werd er niet beter op. Het intrigeert me hoe relaties tussen mensen schijnbaar op slag kunnen veranderen als de situatie verandert. Ik heb zelf het geluk (of ongeluk) me altijd bewust te zijn van gedrag dat afhankelijk is van de figuratie waarin we bewegen. Als kind dacht ik dat iedereen dat soort dingen wist, maar als volwassene kwam ik er al snel achter dat ik me daar lelijk in vergiste.

Waar zal ik over schrijven? Als ik voor Ingrid kies, dan ben ik onomkeerbaar veroordeeld tot het schrijven over conflicten. Weer die conflicten. Ik kan er ook voor kiezen om te schrijven over de functie van het museumplein bijvoorbeeld. Geen enkel probleem. Maar nee, ik overweeg om nog maar eens de verschrikking die wij mensen elkaar soms aan doen te analyseren. Doe es gek! Is het niet een keertje klaar dan? Ik denk aan alles dat ik de afgelopen jaren gezien heb. Bakken vol Liefde. Plezier. Maar ook verdriet en pijn. Angst en woede. Weinig kabbelende beekjes, maar vooral kolkende rivieren.

Het is nu twee maanden geleden dat ik uit mijn oude werk gestapt ben. Uit alles. Functieloos ben ik nu. En het voelt verdomd goed kan ik zeggen. Langzaam komen de herinneringen. Kan ik de verhalen opnieuw bekijken, en ze in een nieuwe context plaatsen. Automatisch komen de anekdotes naar boven. En ik vraag me af welke situatie het moeilijkst was de afgelopen jaren? Als foto’s dringen de beelden zich op.

Flits. Het 13-jarige meisje dat me trots haar matrasje liet zien in het drugspand waar ze sliep. In de kamer ernaast lag een jongen in coma zijn roes uit te slapen.Verder was er niks. Uiteraard. Ze had de weinige (en smerige) dingen die er wel waren tot juwelen gekroond en straalde terwijl ze ze aan mij liet zien. En ik mocht natuurlijk niks zeggen tegen jeugdzorg, want naar een tehuis wilde ze nooit meer terug.

Flits. Het meisje van 17 dat al 2x weggelopen was met een 54-jarige man, onder de drugs gestopt was en verkracht, maar er nog steeds van overtuigd was dat de man lief voor haar was. ‘Het kwam allemaal wel weer goed’. Echt. Ze wilde wel thee met me drinken, maar therapie had ze niet nodig. Want ‘alles kwam goed’.

Flits. De jongens die ik opzocht als ze vast zaten. De één voor gewelddadige straatroof, de ander door rare stommiteiten. Er verandert iets in al je energie als je nergens heen kunt. Enerzijds gelatenheid, anderzijds transparantie. Niet opvallen, je ding doen en strategieën bedenken – dagen lang– om te zorgen dat je weer buiten komt.

Flits. De jonge man met wie ik abseilde in de Ardennen, met wie ik door de bossen trok, lachte en gitaar speelde. De man die ik ook tegen kom als ik langs de coffeeshop fiets en me afvraag of hij weer in een bootje slaapt ’s nachts omdat hij geen huis heeft.

En dit is een handje vol momenten. Een handje foto’s op mijn netvlies. Als ik vrienden vertel over situaties die ik meemaakte in mijn oude werk realiseer ik me vaak pas de ernst van de kwestie. Een wereld die oneerlijk en zwart is. Op het moment dat je je in die wereld beweegt, vergeet je dat even. Dan wordt het je wereld, het startpunt van waaruit je kijkt.  Je moet wel. Want je leeft in het Nu. Je weet het wel – je bent ook niet achterlijk. Maar je beweegt zóveel in het veld, in de figuratie dat het een stukje van jou wordt. Je handelt, anticipeert en hebt al je zintuigen op scherp zodat je de relatie met de te-wensen situatie niet vergeet.

Ik moet er nu aan wennen dat ik steeds minder vaak straattaal om me heen hoor, en het laatje ‘straattaal’ in mijn hersenkast waarschijnlijk op korte termijn verstoffen zal. Laatst zei ik per ongeluk tegen een paar meisjes ‘dat ze lekker konden chillen in de zon’. De meisjes lachten. ‘Chillen?‘ zeiden ze. En er volgde een leuk gesprek. Ze moesten eens weten. Dat laatje straattaal bevat zo’n tientallen variaties voor vrouwen, vriendinnen, vagina’s, politie, geld, sex en meer. Maar ja, dat laatje verstoft nu. En niemand hoeft het meer te weten. Een gesloten boek. De conflicten zijn even geweest.

Het college gaat verder. De docent spreekt nu over decivilisatie, de omgekeerde versie van het civiliseren. Decivilisatie bestaat niet volgens sommige theoretici. Het zijn gewoon processen van ontwikkeling, naar andere omgangsvormen. De waarde die we er aan geven is aan ons. Altijd aan ons.  Als we de collegezaal uitlopen vraagt een studiegenoot of ik al weet waar ik mijn essay over ga schrijven. ‘Ja’ antwoord ik, ‘Over de functie van het museumplein’.

 

One response to Kolkende Rivieren

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: