Omdenken

‘Als je morgen wakker wordt, en het leven is perfect, wat is er dan vannacht veranderd?’  We staan aan het kleine zwembad met het glasheldere water. Zijn ogen beginnen te glinsteren na mijn vraag, en ze verdwijnen in de diepte. Ver weg van hier. Alsof hij naar het land van zijn dromen kijkt. Als ik mijn gezicht in dezelfde richting als die van zijn ogen draai zie ik niets. Behalve een rode parasol met een wit plastic stoeltje ernaast.

‘Dan ben ik chirurg’. zegt hij na een tijdje. ‘Hartchirurg’. Kennelijk kijk ik uitnodigend, want zonder dat ik iets kan zeggen vertelt hij door. Ik voel mijn hart warmer worden na ieder woord. Hij vertelt over zijn dromen en wensen om mensen beter te maken. Over de slechte ziekenhuizen in Italië. Over de slechte hygiëne, en dat er soms wel eens gereedschap achterblijft in iemands lichaam. Nadat ze diegene weer dicht genaaid hebben. Dat gebeurt allemaal in Italië. ‘Zorg dat je nooit hier geopereerd hoeft te worden’, zegt hij. En hij kijkt me aan met de overtuigende blik die ik al een paar dagen van hem ken.

Het is een blik die door alles heen snijdt. Die niet wijkt voor hij gerust gesteld is, en die verder kijkt dan de oppervlakte. Hij is niet tevreden met een simpel ‘oke’. Je moet het aangaan, of je wilt of niet. Niet mag ook, maar dan ben je hem kwijt. En dat wil ik niet. Dus ga ik het aan. Iedere keer als ik hem zie. In het zwembad. Als hij werkt. En ik zwem. Hij als badmeester. Ik als toerist.

Ik schaam me voor de verhouding, maar hij zegt dat iedereen zijn eigen problemen heeft. Achter dat masker dat we dragen. Dus dat het niet uitmaakt dat hij werkt. En ik even niet. Dat hij twaalf uur per dag werkt, zeven dagen in de werk, vergeet hij er in zijn filosofische verhandeling even bij te vertellen. Maar hij heeft een doel. Een groot doel, dus ik vergeef hem.

‘En verder?’ vraag ik. ‘Wat is er nog meer vannacht veranderd?’ Weer die stralende ogen. Dit keer naar de hemel gericht. Vrijwel meteen antwoord hij ‘Dan speelde ik viool’. ‘Speel je nu een ander instrument?’ vraag ik voorzichtig. Mijn schaamte gaat niet alleen over onze verhouding vandaag. Maar ook over gisteren.

Want Daniël is niet zoals ik. Hij is op zijn tiende met zijn moeder en drie broers vanuit Roemenië naar Italië gevlucht. Ze hadden niets. Mama had het zwaar. Papa was blijven wonen in hun geboorteland. Roemenië. Daniël houdt niet van Italië. ‘Misschien omdat Italië niet van hem houdt’ zegt hij. ‘Het is complex’ zegt hij. En vanaf dat ene moment krijgt het woord complex een totaal nieuwe betekenis voor me.

Complex. Eten vinden. Geld verzamelen.
Complex. Ergens slapen. Naar school gaan. Het eten delen.
Complex. Een baan hebben. Rekeningen betalen.
Complex. Jezelf zijn daar waar je niet welkom bent.
Het is allemaal Complex.

‘Nee,’ zegt hij. Hij speelt geen ander instrument. Maar hij zou het wel willen. Weer die stralende ogen.

Terwijl ik door de straten van Rome zwerf denk ik na over alles wat hij me vertelt. Zijn zinnen resoneren door mijn hoofd als ik langs het Pantheon wandel, de Spaanse trappen beklim, of een spontane mis in één van de kleurrijke kerken in de stad bijwoon. Ik denk aan hem als ik op een terras geniet van lasagna, of lachend een ijsje koop. De bedelende en muziekmakende kinderen in de metro raken me meer dan anders, en ik vraag me af wie zij zijn. Wat zouden zij antwoorden op de vraag ‘Hoe het leven zijn zou als morgen alles perfect is.’

Daniël bracht zijn dromen, wijsheid en gedrevenheid in de praktijk en vertrok twee jaar geleden naar London. Alles beter dan Rome. In London werkte hij in een restaurant en ontmoette daar de wereld. Op een dag wandelden er Canadezen binnen. De Canadezen waren vriendelijk. Kalm en aardig. Daniël mocht ze graag. Hij zag foto’s van Canada, en besloot: ‘Ik ga naar Canada.’

En nu is Daniël weer in Rome. En werkt dus zeven dagen in de week, veertien uur per dag als badmeester in het zwembad waar ik zwem. Om geld te verzamelen waarmee hij een visum kan kopen en een start kan maken. Hij verzwijgt dingen tegen me. Dat voel ik wel. Hij zwijgt over het nu. En over de wereld buiten het zwembad. Maar dat geeft niet. Ik voel ook zijn dromen. En die verwarmen mijn hart. Ik voel dat hij komt waar hij zijn wil. Dat er een kracht in hem woont die ik zelden bij een badmeester aan een zwembad in Rome gezien heb. Dat hij gelijk heeft dat het plaatje van de buitenkant geen enkele garantie voor de toekomst geeft. Omdat je soms, heel soms, de toekomst met open ogen leven kan. En Daniël kan dat.

Op de dag dat we afscheid nemen, lachen we naar elkaar. We zijn verlegen. Maar wijken geen milimeter voor dat wat komt. Er zijn meer stiltes dan de dagen daarvoor. Maar ook meer vriendschap. ‘Ik heb veel van je geleerd’ zeg ik plotseling zachtjes. Stom. Denk ik er meteen achteraan. Hoe stom is het om zoiets te zeggen. Hoe neerbuigend. Maar hij negeert mijn ongemakkelijkheid en kijkt me aan. ‘Zeker omdat ik veel moeilijke dingen heb meegemaakt in het verleden’. zegt hij. Stilte. ‘Nee’, zeg ik. En ik lach. Warempel ik lach. ‘Omdat ik weet dat je nog veel mooie dingen gaat meemaken in de toekomst’.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: