Vajra Academy ‘The best of both Worlds’

http://www.youtube.com/watch?v=7EOKddS1CeU&feature=youtu.be

We zitten met thee in zijn kantoortje. Udit en ik. Buiten schijnt de zon terwijl de lokalen van het schoolgebouw geduldig wachten tot twee dagen later de ruimte weer gevuld zal worden met geluid en gelach. We bespreken de inhoud van de les die ik zal geven aan de 8th grade. Udit is streng en strict, wat me erg bevalt. Een docent die zomaar iedere lapzwans  zijn klas binnen laat, heeft vaak andere belangen dan goed onderwijs verzorgen. En Udit is anders. Gelukkig. Net als ik. Alweer gelukkig.

De Vajra Academy heeft nauwe banden met Nederland. Maarten Olthof, oprichter van de Vajra Stichting (1997) is mede-oprichter van de school, waardoor er de afgelopen jaren naast pedagogische invloeden en ecologische elementen, ook veel bezoekers uit Nederland zijn geweest. Sommige kinderen spreken woordjes Nederlands, en niemand kijkt raar op als er een blanke rond wandelt op het terrein. Toch zijn er bij de oudere kinderen ideaalbeelden over het Europese continent in het westen ontstaan. We zijn rijk, hebben alles, kunnen en alles en mogen alles doen wat God verboden heeft zodra we achttien zijn. Denken de kinderen.

‘We hebben een briefuitwisseling met het Karel de Grote College uit Nijmegen’, vertelt Udit. ‘Ik heb een paar van de brieven uit Nederland gelezen, en ben een beetje bezorgd over hoe onze kinderen dit gaan ontvangen.’ Hij is open en eerlijk over de dingen waar hij in gelooft. Dat was op de WorldCleanUp conference al toen hij openlijk in discussie ging met een spreker van de overheid, en dat is nog steeds zo. Het gesprek dat we nu hebben is inspirerend en creatief. Uiteindelijk besluiten we een les te creëren waarin we de mis-interpretaties over Europa aan bod laten komen. Ik heb een zelfde soort les jaren geleden in de Filipijnen ook gedaan, en vertel Udit over de didactische opzet er van. Dit kies ik opnieuw als uitgangspunt, en de rest zien we later wel…

Opzet (met terugwerkende kracht):

  1. Vrije associatie van de kinderen over hun beeld van Europa
  2. Ontkrachten en nuanceren van dat beeld aan de hand van anekdotes
  3. Talenten en ‘treasures’ van Nepal laten opnoemen
  4. Verbinden aan de positieve elementen van Europa
  5. Hoe gaan we dat creeren?’

       

Drie dagen later.

Maandag 19 november. 10.00 uur. De grote ruimte waar ook ontbeten en geluncht wordt doet dienst als lokaal. Vijftig leerlingen uit twee groepen zitten rustig op de banken te wachten. Veertien jaar zijn ze. Zeker de helft van hen is intern op de school, en heeft zijn of haar familie kilometers ver weg wonen. Kalme meisjes en jongens die meer weten over de natuur, ecologie en duurzaam leven dan menig puber uit Nederland. En toch willen ze allemaal naar die plek die zoveel beter lijkt. Waar deuren open lijken te gaan, en waar kansen voor het grijpen liggen.

‘What do you think about Europe?’ vraag ik even later. ‘Tell me all’. De vingers gaan omhoog en de monden open. Eén voor één vertellen ze. In Europa zijn de mensen lang. Het is de 1ste wereld. Kinderen krijgen geld van de overheid. Ze werken er hard, daar in Europa. Als je achttien bent krijg je vrijheid voor altijd. De overheid betaalt alles. Er is goed onderwijs. Mensen zijn ‘Single, Independant and Free’. En discrimatie bestaat er niet.

Ik laat ze praten en schrijf alles op het bord. Het raakt steeds voller. Tussendoor denk ik na. Over sommige dingen hebben ze natuurlijk gelijk. Minder extreem dan dat er met zwarte letters op het witte bord staat, maar gelijk blijft gelijk. En da’s best onhandig als het je taak is om te onkrachten waarom we allemaal naar Europa moeten emigreren. Ik besluit zo eerlijk mogelijk te zijn – ik besluit om te vertellen over iedere stap die ik zette als puber die ik functioneel acht voor de kinderen tegenover me. Daar in de prachtige velden in Kathmandu Valley. De laatste jaren is gebleken dat een open- en oprechte instelling me altijd het verste brengt, al kom je zo nu en dan ook wel eens iemand tegen die daar aardig misbruik van maakt. Maar, ook dat hoort bij leven weet ik nu.

Ik vertel over mijn eerste bijbaantje – Over bollen pellen in de polder toen ik veertien was, over terrassen lopen in Lemmer en op kamers wonen in Groningen. Ik vertel dat ik nadat ik juf geworden was, ook nog naar de theaterschool wilde. Dat mijn ouders financieel steunden en dat ik geld maar veel gedoe vond. En er bovendien heel slecht in was. Na ieder stukje uit mijn adolescente leven komen de kinderen en ik een stukje dichter bij elkaar. Wat ontstaat hadden we nooit kunnen bedenken – het abstracte geluksbeeld dat ze hadden maakt plaats voor een persoonlijk verhaal. En binnen dat persoonlijke verhaal blijken meer overeenkomsten dan verschillen.

Ik leg uit hoe het belastingsysteem in Nederland werkt, en hoe de economische crisis de situatie in Europa veranderde. Ik leg uit wat het verschil is tussen een bijbaantje als puber en kinderarbeid als je vijf bent. Over de verantwoordelijkheid die er bij komt kijken als je op je achttiende het huis uit gaat. Over dat fysieke afstand niet betekent dat je niet meer van je ouders houdt, of je verbonden met ze voelt. En dat, hoe dan ook, ieder verhaal weer anders is.

Ik ben 36. Ben niet getrouwd. Heb geen kinderen en woon in Amsterdam. Voor Nepalese begrippen is dit best een beetje apart. Maar ook mijn Nederlandse ouders hebben zich heus wel eens afgevraagd welke weg hun dochter wandelde. ‘Denken jullie dat mijn ouders alles maar goed vonden?’ Ja. Dat denken ze. Je bent toch vrij en onafhankelijk in Nederland? ‘Alles je alles doet wat je wilt, zonder contact met anderen ben je ook al snel eenzaam leg ik uit. Dat zouden jullie toch ook zijn?’ Ja. Dat zouden zij ook zijn. ” Mijn ouders hadden het best leuk gevonden als ik  juf was geworden in een dorpje in de buurt. Met een man en kindjes. Maar zo liep het niet. Dat is niet mijn levenspad. En nu zijn ze trots op de dingen die ik doe, en dat ik mijn eigen leven leef. Maar dat was niet altijd makkelijk.” Ik vertel de vijftig Nepalese pubers alles dat me handig lijkt. En ondertussen draait de videocamera. Udit wil de les graag opnemen zodat hij er later eventueel stukken uit zou kunnen gebruiken in andere lessen. Hmm. Denk ik tussendoor. Nu ligt dus alles vast, en reikt het verhaal verder dan dit lokaal..

Even vind ik het spannend. Maar al snel realiseer ik me dat dit ook komt door oude beroepsdeformatie uit het onderwijsveld. Een docent is koning in zijn klas, en kan (als hij niet lief is, en het wil) behoorlijk wat schade aanrichten. Ik heb het een aantal keer zien gebeuren, en het was één van de redenen waardoor ik steeds meer verwijderd raakte van het onderwijs waar ik zo van hield. En nu sta ik hier. Te vertellen over hoe ik opgroeide in dat land ver van hier. Midden in de Kathmandu Valley. Tegenover vijftig kinderen.  Er zit geen glas in de ramen en de hele ruimte is omgeven met zonlicht. De rijstvelden, de oogst die op dit moment plaats vindt, de bergen in de verte, het tempeltje van de school, de kruidentuin en het solar cooking apparaat – alles wandelt ons lokaal in. Terwijl ons verhaal naar buiten wandelt. Wat is er mis met het delen van dat wat werkelijkheid was?

Vergissingen maken we allemaal, en waarom is het een schande in onze maatschappij om dat te delen? Het is een illusie dat een leven van een leien dakje gaat. En door vol te houden aan de misvatting dat we niet mogen falen, en vast te houden aan een beeld dat niet de waarheid is, weerhouden we onszelf er op die zelfde manier van om een rijk en gevuld leven te beleven. Inclusief de tranen. En de strijd. Door dit beeld, wat niet overeenkomt met de werkelijkheid creeren we afstand in plaats van nabijheid. En met elke anekdote die ik deel kom ik dichterbij de groep. En zij dichter bij mij.

Na een tijdje ‘ontkrachten’ wat er op het schoolbord staat, lijkt het me handig eens te polsen in hoeverre dit lesje zich ontwikkelt. Udit helpt. En samen vragen we de groep waar ze behoefte aan hebben. Morgen ben ik weer weg, en blijft Udit hier. Om deze les enigszins te verankeren vinden we het daarom essentieel dit samen te doen. Udit stelt zo nu en dan bewust ‘domme’ vragen om de drempel tussen docent en leerling op te heffen. Hij deelt zijn eigen gevoelens en de relatie met zijn ouders. Zodat ook morgen deze belangrijke les voortgang kan vinden met hem en de kinderen.

De kinderen willen meer. De stilte die ze laten zien blijkt geconcentreerd. Udit en ik lachen naar elkaar. ‘Oke, than we take an other hour”. We vegen het bord schoon, delen post-its uit, sommige kinderen halen een pen of wandelen even rond. Het tweede gedeelte van de les geeft een nieuwe energie. ‘Wat is de kracht van Nepal?’ vraag ik, zodra iedereen weer zit. ‘What?’ Ze staren me glazig aan. De kracht van Nepal? Ons talent? Ja. Jullie talent, en alles waarom Nepal de moeite waard is. Het duurt even, en dan langzaam aan komen de stemmen los. Natuur. Groepsgevoel. Traditie. Religie. Familie. Cultuur. Er is genoeg te noemen!

      

De kinderen lachen. Zijn enthousiast en actief. Na een tijdje vraag ik ze welke elementen ze zouden willen toevoegen aan het leven in Nepal. Want, we waren immers eerlijk. Over zowel Europa als Azie. We hebben het geo los gelaten, samen met de jaloezie en de gedachte dat het gras altijd groener is aan de overkant. Om een mooie wereld te creeren hebben we iedereen nodig. Met zijn of haar eigen talent. Niet alleen het Oosten of Westen. Het Noorden of het Zuiden. Maar alle windstreken verbonden als geheel. Allen in hun eigen kracht, en toevoegend waar ze goed in zijn. Gelukkig zijn kinderen hier vaak beter in dan volwassenen, en komen de dromen in razend tempo op het bord terecht. Uit het westen willen ze goed onderwijs, afvalverwerking, wetenschappelijke en technische ontwikkelingen. Ook willen ze goed openbaar vervoer, gezondheidsfacilititen en sport mogelijkheden. Over sport spreken we iets langer, dit omvat meerdere gebieden. Want waarom is Nepal niet op de Olympische Spelen? Zijn ze minder talentvol of is er een andere reden. Udit vertelt over zijn gedachten en leert de kinderen tegelijkertijd dat als ze iets willen, ze zich niet moeten neerleggen met de beperkingen van volwassenen.

Ook komen relaties nogmaals aan bod. ‘Hoe zit dat met sex?’ En nu ben ik even stil.

Niet omdat ik niet durf. Ik heb weinig gene op dit onderwerp en heb er al tientallen keren met kinderen en jongeren over gesproken. Maar nu ben ik in een land waar het het gearrangeerde huwelijk nog bestaat. Nu sta ik voor een groep die de vrijheid proeven kan, maar ouders heeft die nog leven in de oude cultuur. Ik heb geen pakket voorbehoedsmiddelen op zak, en ik mis de kennis over de toegankelijkheid van het medisch gebeuren hier omheen. ‘Hoe zit dat met sex?’ Ik ben nog steeds stil. En moet even heel hard werken om bij het antwoord te komen. ‘Wat is de vraag achter de vraag’ zeg ik in mijn hoofd tegen mezelf. ‘Wat is de symboliek van de vraag?’. Potverdorie en nu dan? Ik wil niet vertellen over de werkelijke situatie in ons land op dit moment. Ik wil niet spreken over de ontdekking van je eigen lichaam als je veertien bent en volwassen wordt. Daar hebbn ze niks aan hier. Hier zitten ze met ander gedoe: Hier worden ze geconfronteerd met de koude opdracht om met iemand te trouwen waar ze niet van houden. Hier is het veranderproces gaande om langzaam buiten je kaste een partner te huwen. En dan ga ik vertellen over sex, voorzichtigheid en condooms? Wat een onzin.

‘Ok.’, besluit ik. De kinderen en docenten kijken me verwachtingsvol aan. Ze zien aan me dat ik op een drempeltje sta, en zelfs ik vraag me af of ik er over heen ga stappen. Maar het zou laf zijn om het niet te doen, en dus besluit ik om te vertellen over de eerste keer dat ik zoende. Gelukkig is de batterij van de camera leeg. Heel erg gelukkig vind ik dat. ‘Ok’ zeg ik nog een keer. ‘Ik zal jullie vertellen hoe het was toen ik voor de eerste keer zoende’. Ik kan me niet herinneren dat ik die ervaring ooit gedetailleerd met gedeeld heb, maar vooruit. Eens moet de eerste keer zijn. Dus ik vertel. Ondertussen speelt er zich in mijn hoofd een komedie af. Het was namelijk helemaal niet leuk – toen ik voor de eerste keereen jongen kusste. Ik vond het stom, en ik deed het alleen omdat ik het zat was dat iedereen zei dat de jongeheer in kwestie verliefd op me was. Aangzien de hele wereld om me heen zoende en kusste, leek het mij ook wel eens handig dat ik dit evenement ervaarde.En dus kusste ik met de arme man. Wat natuurlijk een hele domme beslissing is als je iemand niet echt leuk vindt. De conclusie van het verhaal was dan ook dat ik mezelf alleen maar meer in de penarie hielp,omdat de jongen van school achter me aan bleef lopen. Tòt ik zei ‘Sorry, ik vind jou niet zo leuk als jij mij’. Dus. Moraal van het verhaal: Niets doen als je Niets Voelt.

Udit blij. De kinderen begrijpend knikkend, en ik had – dankuwel lief inzicht – het hele sex gebeuren kunnen ontwijken. Udit stond op en deelde net als ik zijn ervaringen over Liefde en de zorgvuldigheid voor je eigen lichaam. Hij vertelde over zijn achtergrond en hoe zijn ouders het graag hadden gezien. Het was de perfecte verbinding naar Nepal en de kinderen ervaarden dat sommige waarden in het leven overal hetzelfde zijn. Al die nieuwe inzichten vertaalden we vervolgens naar concrete stappen. Want, een mooi verhaal is één. Maar hoe gaan we dit doen? Hoe creeeren we die duurzame wereld waarin we mogen verschillen en tegelijkertijd samen blijven. We weten wat we dromen, maar gaan we het ook doen?

‘Ze gaan het niet makkelijk krijgen’, zeg ik later tegen Udit. Ik realiseer me steeds beter dat er nog een ‘mainstream’ wereld is waar mee we bruggen moeten bouwen. Als we denken dat we beter zijn dan dat wat vroeger was, dan doen we hetzelfde als iedere subcultuur. Als we ècht samen willen, dan zal er openheid moeten blijven bestaan tussen hier en daar. Tussen dit en dat. “Dit zijn de Changmakers van de toekomst. In zoveel vrijheid je eigen geest mogen ontwikkelen, met de wetenschap dat je familie – soms kilometers ver weg in een dorpje – er anders over denkt.. Dat kan best eenzaam worden zonu en dan..” zei ik. ‘Daarom noemen we het hier een familie’, zegt Udit. De kinderen zijn geen vrienden, maar broers en zussen van elkaar. We zijn verbonden met elkaar, en kunnen elkaar altijd vinden. A Home Away from Home.

2 responses to Vajra Academy ‘The best of both Worlds’

  1. morgana

    ontroerend Annet hoe je alles inzet, kennis en eigen ervaring en dromen doen om kinderen in in totaal andere leefwereld bewust te maken van de eigen kracht&schoonheid en hobbels van zichzelf en de wereld waarin zij leven. Chapeau!

  2. Danielle Gort

    Wat een mooie ervaring! Nog even genieten van al het moois wat er daar op je afkomt!

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: