Tussenmomenten – Lessen in Leiderschap

We zaten in de kring. Wiebelig. Weg gedraaid. Of gewoon wachtend. Op het verlossende woord van mij. Dit was de tweede keer dat we elkaar ontmoetten en ik had er zin in. Ik had me voorbereid zoals ik deed, toen ik nog van niets wist. De hele dag had ik uitgeschreven. Elk verhaal was door mijn handen gegaan. En er lagen plannen A, B en C. klaar. Nu hing het alleen nog van hun af.

Twintig kinderen in de leeftijd tussen acht en elf jaar. Allemaal met een IQ van minimaal 130. Samen in een klas sinds dit schooljaar. Omdat het op hun oude school meestal niet lukte. Ze raakten in een isolement, ze verveelden zich, werden enkel bezig gehouden, gepest, of niemand lachte om hun grapjes. Die overigens behoorlijk grappig zijn, maar vaak onbegrepen door klasgenoten.

‘Ik vond jullie niet Verschrikkelijk de vorige keer’, zeg ik. De ‘echte’ meester van de klas had me tijdens de voorbereiding verteld dat een paar kinderen dachten dat  ik ze verschrikkelijk vond, omdat ik dat de vorige keer gezegd had. Wat klopt. Het was niet leuk geweest. De middag, en dat had ik benoemd. Er had een sausje humor onder gelegen, in mijn toon. Maar dat was niet opgepikt. Ik had ze overschat.

‘Ik heb inderdaad in de middag gezegd dat ik het Ver-Schrik-Ke-Lijk vond’ ga ik verder. ‘Maar dat was de situatie in de middag. Ik vond het jammer dat we niet konden spelen. En ik vond het jammer dat ik steeds zo streng moest doen. Maar als ik jullie Verschrikkelijk zou vinden, dan was ik vandaag niet gekomen. En ik ben juist blij dat ik er ben, want ik vind jullie aardig’. Wat ook echt zo is. Ik vind ze geweldig zelfs.

Ondertussen heb ik geleerd dat bij deze doelgroep letterlijke interpretatie afgewisseld wordt met een feilloos inzicht van analyses en verbanden. En daarbij zijn het ook gewoon kinderen. Die kind horen te zijn. Ondanks al hun capaciteiten en talenten. ‘Wat kunnen we vandaag doen, zodat het makkelijker wordt?’ vraag ik. Een meisje steekt haar hand op. ‘Het zijn de Tussenmomenten, juf’. De Tussenmomenten? ‘Ja,’ zegt ze. ‘Als we moeten wisselen tussen het ene en het andere. Dan doen wij altijd heel druk.’ ‘Dat herken ik’, zeg ik. ‘Hoe komt dat dan?’. Nu worden ze enthousiast. Dit herkennen ze, en we hebben er nog een woord voor ook: Tussenmomenten.

Na een inventarisatie van de problematiek, waaruit blijkt dat het gewoon hun specialiteit is om tijdens deze changementen even het rumoer uit de kast te halen, komen we toe aan de oplossing. ‘En wat moet ik dan doen, zodat de Tussenmomenten makkelijker gaan?’.

En op dat moment neemt een jongetje het woord. Hij is nog maar drie weken in deze klas. ‘Weet je wat het is, juf.’ Hij gebaart met zijn handen. Kijkt me zo nu en dan aan. Ik en de hele klas zijn muisstil. ‘Je moet ons een beetje ruimte geven, dan doen we het zelf. Want we gaan juist andere dingen doen als iemand zegt dat we iets moeten’. ‘Maar dat doe ik juist’, antwoord ik oprecht. ‘Ik geloof dat jullie het zelf kunnen, maar dan gaan jullie spelen of stiekem door werken’. ‘Nee, kijk’ gaat hij verder. ‘We moeten ook weer niet teveel ruimte hebben. Dus als de tijd om is, dan moet je streng zijn.’ ‘Ok’ zeg ik. ‘Het gaat dus om de balans tussen vrijheid geven, en streng zijn. Tegelijk?’ ‘Ja’, antwoord hij triomfantelijk.

‘En kunnen jullie dat dan ook zelf regelen? Dat jullie elkaar vrijheid geven, en tegelijk een beetje helpen.’ Dat vinden ze een goed idee. We maken een afsprakenlijstje. Want het blijven wel kinderen. We maken een smiley-systeem. Want het blijven wel kinderen. En ik speel de juf. Omdat het zo hoort. Zij zijn kinderen.

 

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: