30 minuten [Bethlehem / Jerusalem]

Vrijdag. 12 juli. 2013 na Christus. 

* 11.00 uur.

‘Toen we de geweerschoten hoorden, rende ik door de kleine straatjes. We schuilden en beden hier. Daar zie je de geweerschoten in het raam. You see?’  We staan in de Katholieke kerk van Beit Jala. Met Antoinette. Wij zwijgen. Antoinette vertelt. Zo nu en dan knikken we. Lachen we. Stellen we een vraag. En Antoinette vertelt. Over hoe ze naar school wandelde tijdens de bezetting in 1947. Over haar Palestijnse ouders die in Chili woonden, waardoor zij nu over een Chileens paspoort beschikt. Over de dagen die voorbij gingen en de lessen die ze leerde. Ze was de eerste vrouw in Beit Jala die in een auto reed. En de eerste die een pantalon droeg omdat dat praktisch is als je gas moet geven. ‘Wat deden de mensen?’ vraag ik. ‘Ze lachten , zegt zij. ‘Maar ik trok me er niks van aan. Ik moet doen wat mij gelukkig maakt’. En dat deed ze.

We genieten terwijl zij auto rijdt. Negenzeventig jaar is ze. Geboren in 1934. In Palestina. Haar man werkte bij het Brits consulaat. Hij is er niet meer. Samen met haar broer, zijn vrouw en hun dochter en negen nichtjes en neefjes wonen ze in een huis naast de muur. Geruisloos opent ze de elektrische poort naar het huis terwijl ze uitlegt hoe de poort er gekomen is. Lang geleden vernietigden de soldaten de oude poort om binnen te dringen in het huis. Maar er was niks te vinden. Het was het ‘verkeerde’ huis. En zo kwam er een nieuwe poort. Een stevige. Elektrische poort. Een poort die bescherming geeft.

We blijven de hele middag bij Antoinette. We maken muziek. We zingen, eten, drinken wijn, lachen en luisteren. ‘Het is een droomoma‘ zeggen we als we weg gaan.

* 16.30 uur.

Dat heet tegenkleuren bij theater’, zeg ik tegen Toine. ‘Dan vertellen de contrasterende beelden het verhaal en maken het gelaagd. Je hoeft dan geen extra taal te gebruiken om de context te maken’. We zitten in zijn woonkamer in Bethlehem, Palestina. We drinken koel water uit zijn koelkast. En kijken naar de warme kleuren op de muur. We komen om afscheid te nemen en de laatste impressies van de afgelopen dagen te bespreken. Tussen de salontafel en de bank in mime ik een voorstelling die zich gisteren vormde in mijn hoofd. Een voorstelling over de mensen en de Muur. Over lege huizen en muziek. Een voorstelling in de ondergaande zon. Met een clown. Een clown met veel kleuren.

Tijdens een training over cultureel ondernemerschap afgelopen dagen kwam de Muur veelvuldig ter sprake. Als tastbaar onderdeel van de occupation. Maar ook als middel om het verhaal te vertellen. De Muur spreekt. Al zegt ze soms weinig. De kiezels op het pad ernaast kennen de voetstappen van de geschiedenis. Van de soldaten uit het andere land. Van de mensen die naar huis wilden. Het grint knarst als we erover lopen om te kijken of het mogelijk is hier theater te maken. Het verdorde gras zwaait als we kijken. En de clown danst.

* 22.00 uur

‘Wat is het hier mooi’. zeg ik. ‘Er rijdt hier ook een trammetje, zie je dat?’ zegt hij. Zwijgend wandelen we over Jaffa Road in Jerusalem. Het is half elf in de avond. De straten zijn stil. Net als wij. Even daarvoor heeft onze taxichauffeur Mikkel ons afgezet bij een hostel naast Jaffa Gate in de oude stad van Jerusalem. We hebben onze tassen op een bed gelegd en zijn naar buiten gewandeld. Op zoek naar een plek om nog even iets te eten.

De straten zijn verlicht met zacht licht. De oude gebouwen van eeuwen geleden stralen onder de sterren hemel en mensen wandelen. We zien orthodoxe Joden. Moslims die gaan eten tijdens Ramadan avond. We zien toeristen. En een wereld die zo anders lijkt dan vanmiddag.

‘You go to the new city’, zei de jongen van de receptie. ‘There you’ll find places to eat now’. Dus we gingen. Door Jaffa Gate. Langs New Gate. Over Jaffa Road op weg naar Zion Square. Al die tijd voel ik me wankelen en zweven. ‘Dit kan niet’ zegt mijn hoofd. ‘Hier klopt iets niet’. Ik kijk opzij naar Jaap en dan weet ik dat het wel klopt. Hij is de constante factor in het plaatje. het enige dat niet veranderde tussen vanmiddag en nu. We wandelen zwijgend verder. Af en toe kijkend naar elkaar.

Dan gaan we de bocht om en staan oog in oog met een pleintje vol terrasjes. Op de tafels bier, wijn en cocktails. Kleurrijke waterpijpen en lachende mensen. Uit de boxen klinkt westerse popmuziek. Iedereen is blij. Ik zie make-up op de gezichten van de meisjes. En blote benen. Stralende mensen. We bestellen een biertje en een hamburger. En blijven kijken. Want dat doe je dan. Alles lijkt weer even gewoon. De wereld lijkt weer te kloppen. Tot hij zegt: ‘Dertig minuten in de taxi, Annette. Dertig minuten in de taxi is alles om in een andere wereld te komen’.  Ik zwijg.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: