Stemmetjes. Achter in je hoofd.

Ken je dat stemmetje ergens achter in je hoofd? Dat stemmetje dat op onbewaakte ogenblikken zegt dat alles wèl kan? Althans. Dat zegt dat van mij. Ik ken ook mensen met stemmetjes die beweren dat er juist níks kan. En dat alles moeilijk is. Of dat je toch altijd wordt tegen gewerkt door het één of ander. Maar mijn stemmetje. Dat van mij is een positieve flierefluiter. Mijn stemmetje ziet altijd overal mogelijkheden en feestjes.

Ja. Ik ben een gezegend mens met dat stemmetje. En sinds ik naar haar luister – want uiteraard, het is een vrouw – gaat het een stuk beter met mijn leven. Ik kom vaker in conflicten terecht. Dat dan weer wel. En niet iedereen vindt me meer altijd aardig. Dat was vroeger ook wel anders. Maar mensen, mijn stemmetje en ik – wij zijn een gouden team. En het belangrijkste – Ik ben veel gelukkiger en nooit meer ziek.

Alleen. De laatste tijd gaat het niet helemaal meer naar wens. De laatste maanden liggen het stemmetje en ik steeds vaker overhoop. Ik vind namelijk dat we meer rekening met de buitenwereld moeten houden. Dat we voor de goodwill van het sociale leven ons wat vaker moeten voegen. En zo nu en dan – ook al zijn we er heel slecht in – toch maar moeten liegen tegen de omgeving. Zij vindt van niet. Mijn stemmetje. Zij vindt dat je jezelf dan verloochend. Maar ik denk dat het je ook gemak kan opleveren als je soms even liegt. Als er je een vraag gesteld wordt. En je geeft gewoon nèt niet het juiste antwoord.

Want echt. In zulke situaties kom ik de laatste tijd regelmatig terecht. Dan willen mensen mijn mening over het één of ander. Maar als ik eerlijk reageer, gebeuren er wonderlijke dingen. Ze raken in de war. Of ze gaan huilen. Of ze worden boos. En in het beste geval zeggen ze ‘Dankjewel!’. Want kijk. Ik ben wel aardig. Daar ligt het niet aan. Je kunt namelijk op een heel aardige manier toch eerlijk zijn. Maar als mensen stiekem niet het eerlijke antwoord willen. Tja. Dan zit je met de gebakken peren. Althans ik.

Maar goed. Waar gaat dit verhaal naar toe? Wel. Ik schrijf dus een boek. En daar besteed ik steeds meer tijd aan. Omdat het zo leuk is. En dat geluksgevoel ging ik uiteindelijk maar eens een beetje delen met mijn omgeving. Want dat doe je dan. En onbedoeld gingen steeds meer mensen zich tegen mijn boek aan bemoeien. Zónder dat ik er om vroeg, gaven ze advies. Of ze vertelden me dat ik dingen anders moet zien, dan ik ze nu zie. En daar zat ik helemaal niet op te wachten. Want ik kan heel goed vragen-stellen. Als ik wil. En ik kan goed kiezen aan wíe ik een vraag stel. Op welk moment. En als ik ze niet heb, stel ik ze niet. Behoorlijk gevalletje pragmatische nuchterheid.

Maar langzamerhand nam ik per ongeluk al die ongevraagde adviezen en goedbedoelde tips mee naar huis. Want ik ben natuurlijk ook niet van steen. Ze kropen onder mijn huid. En ik begon mijn hele boek opnieuw in te richten. Het werd opeens een keurig boek. Vol logische stappen en begrijpelijke hoofdstukken. Ik dacht dat ik goed op weg was. Maar het werd er ook steeds saaier van. En ik raakte in de war. En onzeker.

Want. Ik zal het maar eerlijk zeggen. Ik hou helemaal niet van standaard management boeken. En ook niet van gewone romans. Of narratieve literatuur met een kaft er om. Die boeken zijn er al. Daar zijn er zelfs een heleboel van. Met prachtige verhalen. De inkoper-meneer van Libris vertelde me dat er jaarlijks 12.000 boeken uitkomen. Veel. Vind ik. Echt heel veel. En als dat pakketje woorden van mij dan op al die andere boeken lijkt, dan hoef je die van mij niet te lezen. Echt niet. Vind ik een beetje onzin. Doe ik zelf ook niet. Je moet alleen iets lezen als het je ècht raakt. Als het je echt verrijkt. Als er echt een hart in zit.  En als je het in je handen hebt en je voelt: ‘dit móet ik hebben’.

Maar. Omdat ik aardig gevonden wilde worden. Omdat ik me sociaal wilde voegen. Ging ik steeds meer ‘Oke’ zeggen. Terwijl ik dacht ‘Leuk idee, maar ik vroeg er niet om’. Het stemmetje achter in mijn hoofd schreeuwde om aandacht. ‘Annette! Je moet weer doen wat jij gelooft!’ Maar ik. Ik luisterde niet. Tot vanochtend Russell Brand me wakker schudde. Wat nou sociaal voegen? Het mag echt zijn. Eerlijk. Open. Kwetsbaar. Grappig. Confronterend en prikkelend zijn. Want dan ben je gelukkiger. En sowieso minder snel ziek. Het stemmetje achter in mijn hoofd stond te dansen op de bank.

Dus. Aan iedereen die iets wil in dat boek van mij. Aan iedereen die lieve tips gaf over wat ik wel en niet schrijven moet. Heel hartelijk dank. Maar ik ga terug naar mijn creatieve cocon. Ik ga voor de 3.000 woorden per dag. Ik ga voor mijn eigen creatie-proces. Omdat ik dan de meeste kwaliteit bereik. Ik ga schrijven over wat ík wil. En iedereen die daar in voor wilde komen, maar er per ongeluk niet in voorkomt – Ik vind het jammer voor jullie. Het spijt me dat ik jullie teleurstel. Ik schrijf dit boek omdat ik een verhaal wil vertellen. Niet omdat ik persé applaus wil uitdelen. Daar zijn andere plekken voor.

En aan Russell Brand. I love you. Amen.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: