Machtsverhoudingen #onderwijs

Hij kijkt me argwanend aan. Van achter uit de klas. In een diagonale lijn helemaal naar mij, voor aan bij het bord. Ik wacht een paar seconden voordat ik antwoord geef. ‘Waarom is het nodig dat ik het huiswerk controleer?’ vraag ik. Nu ligt de bal weer bij hem. Hij zwijgt. ‘Ik weet het niet’ zegt hij dan. Ik red hem en richt mijn blik op de hele groep. Hij doet het al zo goed. Je uitspreken bij een nieuwe docent die je een dag eerder ontmoette en die – blijkbaar – je hele denkwereld over machtsverhoudingen door elkaar schudt.

Gisteren vertelde hij nog dat Surinaamse mama’s wel eens met een pollepel ‘tikjes’ uitdelen. Vandaag staat er een vrouw voor hem die zegt dat alles je eigen verantwoordelijkheid is en dat ze bijna nergens boos om wordt. Natuurlijk is hij in de war.

Een meisje steekt haar vinger op. ‘Dus u wordt niet kwaad als we te laat komen, of ons boek vergeten, of ons huiswerk niet maken, maar wel als we gemeen zijn?’ somt ze op. Het is een retorische vraag maar ik beantwoord hem toch. ‘Ja’ zeg ik kalm en stellig. Ik laat veel stilte vallen. Lach niet. En laat zien dat het me menens is. De hele klas zit met open mond naar me te staren.

‘De bedoeling van het onderwijs is dat jullie nieuwe dingen leren. We willen dat jullie je ontwikkelen. Zodat je daarna voor jezelf kunt zorgen. Dat je een baan vindt die bij je past. Waar je blij van wordt. Dat je je huur kunt betalen, en een boterham kunt eten. Natuurlijk weet ik dat jullie gewend zijn dat je gewoon moet doen wat de docent zegt. Dat het vaak zo werkt. Maar jongens…’ de klas is stil. ‘Als je alles alleen maar doet om ervoor te zorgen dat er niemand boos op je wordt, dan leer je natuurlijk niks. Je mág je boeken vergeten. Je mág te laat komen. En je mág je huiswerk overslaan. Als  je het me uit kunt leggen. Dan kom je naar me toe, en dan vertel je wat er aan de hand is. En dan luister ik, en dan vind ik het goed. Als je me gaat dizzen, ben je de lul. Zo simpel is het ook. Want dat is onaardig. Dat doen we hier niet.’

‘En,’ ik richt me weer naar de jongen in de diagonale lijn achterin de klas. ‘Als jij alleen maar je huiswerk maakt omdat ik het controleer, dan maak je het dus niet om er iets van te leren?’ Hij haalt zijn schouders op. ‘Precies’ zeg ik. ‘Dus we spreken ook af, dat ik altijd aan jullie uit leg waarom je iets thuis maken moet. Soms is het handig als oefening. Of omdat het herhalen van lesstof goed is om kennis te onthouden. Als het belangrijke kennis is.’

‘Oh, en nog iets’, zeg ik even daarna. ‘Er is één ding waar ik me wel aan irriteer’. Nu kijken ze me allemaal direct aan met een strakke blik. Wat gaat er komen? De eerste 24-uur schijnt mijn imago voornamelijk rond de woorden ‘chille docent’ te hebben gedanst. Maar kennelijk ga ik nu dan toch een ‘echte’ grens aangeven. Althans, in hun ogen.

‘Ik heb gemerkt..’ zeg ik. ‘Dat ik het echt niet trek als sommigen van jullie zo  (ik leg mijn armen op een denkbeeldige tafel met mijn hoofd ertussen) of zo (ik doe nu alsof ik liggend op een stoel hang) gaan hangen. Dat vind ik  zó stom. Dan kan ik net zo goed tegen de muur gaan praten.’ De meisjes lachen. Ze weten dat de irritatie vooral op de jongens gericht is. De jongens zuchten. ‘Ja, sorry’ zeg ik. ‘Ik trek dat gewoon echt niet.’ Nu haal ik mijn schouders op. Quasi onschuldig met in mijn achterhoofd een springend kind. Dit spelletje vind ik leuk. En het loopt zoals ik wens. Want plotseling zegt er iemand: ‘Mevrouw, dat is oké hoor. U doet ook heel chill naar ons. Dan moeten wij ook gewoon rechtop zitten’. ‘Fijn,’ antwoord ik. ‘Dat is aardig zeg’.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

%d bloggers liken dit: