Lieve meneer Vriens, [open brief]

Eergisteren postte ‘Operation Education’ een artikel waarin kinderboeken schrijver Jacques Vriens vertelde  dat hij vond dat PABO studenten meer kinderboeken moesten lezen tijdens hun opleiding. ‘Tenminste zestig’ zei meneer Vriens. Ik keek er eens naar. Naar de tekst op zijn website. En nog eens. Daarna begonnen vrijwel automatisch mijn hersenen te kraken. Hoeveel had ik er gelezen? In mijn herinnering waren het er veel meer dan zestig. Maar als meneer Vriens dit zo stellig beweerde, dan… Ja, dan zal hij wel gelijk hebben toch?

Lieve meneer Vriens, u bracht me aan het twijfelen over mijn eigen opleiding. Nu is het alweer een tijdje geleden dat ik naar de PABO ging, maar ik meen mij te herinneren dat ik me in die tijd regelmatig identificeerde met wandelende kinderboekenwinkel.

Ik vroeg het mijn oud-klasgenoten via facebook. Ziet u, ik ben namelijk best een lui mens, en als een ander het weet dan hoef ik het zelf niet op te zoeken. ‘Meer’ zei Annemiek. ‘We hebben meer gelezen. We moesten ook kinderboeken voor geschiedenis lezen.’ En toen was mijn geheugen wakker. Want ik wist direct weer dat we ook kinderboeken hadden moeten lezen voor filosofie. ‘De Wereld van Sofie’ bijvoorbeeld. Een prachtig boek, maar ik vond het om niet doorheen te komen.

Langzaam begonnen de historische kwartjes te vallen.

Uit frustratie van al het enorme werk dat ik in die jaren heb moeten doen, heb ik bijna alles bewaard dat ik op de PABO gemaakt heb. En zo kon ik vanmiddag dus toch nog ontdekken dat ik ruim 120 kinderboeken heb gelezen in die periode. Ja. Dat zijn er best veel hè. En dat was niet omdat ik het zo graag wilde. Ik deed het omdat het moest. Ook heb ik een prentenboek gemaakt (bij beeldende vorming) en ik heb een leskist gefabriceerd over ‘papier maken’, die ik jammer genoeg heb laten staan op de eerste basisschool waar ik les gaf.

Niet dat het u interesseert wellicht, maar ik en mijn klasgenoten hebben daarnaast 360 les-voorbereidings-formulieren ingevuld in drie jaar tijd. Ik heb drie lesmiddelen gemaakt – inclusief handleiding – voor de vakken wereldoriëntatie ruimte, drama en taal. Want, mijn PABO vond eentje te weinig. Daarnaast kozen we religie, filosofie of humanisme, waar je ook in afstudeerde. En – nu ik u toch spreek – wij volgden keuzecursussen. Echte cursussen die je extra naast het programma volgde op de woensdagochtend. Een collectief carrousel door de hele school. Zo heb ik spontaan ‘Moluks-Maleis’ geleerd. Want dat soort dingen konden, en moesten. Wij moesten ook op excursie naar musea. Dat werd dan een dagje Amsterdam, waarbij je meteen drie musea mee pakte. Zodoende ben ik eenmaal in mijn leven in het SexMuseum op het Damrak geweest. Het was verschrikkelijk, dat terzijde – maar dat scheelde weer een excursie op de lijst.

Wat ik u er nog niet bij verteld heb, en wat wel een handig wetenswaardigheidje is in deze brief, is dat ik en mijn klasgenoten op een ‘verbijzonderings PABO’ zaten. Dit betekende dat de hele school ontworpen was aan de hand van verbijzonderingen binnen het onderwijs. Dit zijn o.a. Montessori, Jenaplan, Freinet en Dalton. Elke visie/plan/methode was verwerkt in het systeem van de school. Er werd zoveel mogelijk gewerkt vanuit de student, met veel eigen verantwoordelijkheid. Drie dagen per jaar zaten wij met z’n allen de hele school te evalueren in een conferentiecentrum. Vanaf het eerste leerjaar liep je hele weken stage, in plaats van losse dagen. We mochten tevens meebeslissen over de inhoud van de school. En binnen de vier-jarige schoolperiode kon je een extra diploma of certificaat voor één van de visies/plannen/methodes halen.

En dit alles vond plaats eind jaren negentig. In Assen. Niet eens zo heel lang geleden dus. 

Ik heb geen idee hoe het nu met de PABO’s van Nederland gesteld is. Ik ben al een tijdje niet meer op een PABO geweest. Maar wat ik wel aan mezelf merk, is dat ik me altijd geraakt voel als het onderwijs aangesproken wordt op hun eventuele falen. Ik denk dat u het niet zo bedoelt, u bent kinderboeken schrijver notabene. U ziet vast meer PABO’s van de binnenkant dan ik.

Maar weet u, lesgeven is zo makkelijk nog niet. Iedereen wil iets van je. De hele dag. Je moet voortdurend maar vanalles kunnen. Van iedereen. Elke specialist wil dat je zijn of haar specialisme tot belangrijkst maakt. Daarna – ná de PABO, als je dan voor een klas belandt, dan zijn er opeens overal collegae en ouders. En die willen ook weer vanalles. Collegae die soms al dertig jaar meelopen op de school en jou ‘wel even‘ zullen vertellen hoe het moet. Terwijl jij gewoon graag geïnspireerd aan de slag wilt, en net aan je onderwijs carrière begint. Er zijn ouders, die allemaal het beste willen voor hun kind. Het allerbeste. En het jou verwijten als het anders loopt. Want aan hun ligt het niet.

Ik deed laatste een vragenrondje op een school en de leerkrachten vertelden dat ze allemaal in hun beginperiode wantrouwen hadden ervaren, van ouders en oudere collegae. Dat is toch te bizar voor woorden?

Nee. Dit is geen betoog van een mislukte leerkracht, want al zeg ik het zelf – met mij is het behoorlijk goed gekomen. Ik ben er zelfs best goed in geworden, in dat lesgeven. En ik doe het alleen nog als ik zin heb, op de scholen die ik het leukst vind. Maar weet u, mijn geluk komt voor 99% omdat ik als mens veel bij heb geleerd de afgelopen vijftien jaar. Alles dat ik met me mee genomen heb van die jaren op de PABO. Lessen voor het leven. Eén van de mooiste lessen in dat rijtje kreeg ik van mijn pedagogiekdocent Ad Boes. Hij zei ons tijdens het eerste leerjaar ‘Je moet eerst jezelf kennen, en naar jezelf kunnen kijken, voordat je iets over andere mensen mag zeggen.‘ Ik vond en vind dat één van de belangrijkste uitgangspunten die iedereen, die met mensen werkt, zich moet realiseren. Als een interne staat van zijn van waaruit je handelt. Kinderen voelen dat. Onmiddellijk en ongetwijfeld.

Hebben die 120 kinderboeken daar aan bij gedragen? Vast. Want, die 1% die nog over was, die heb ik te danken aan alle verhalen en sprookjes die ik heb gelezen door de jaren heen. Die mijn ouders aan me voorgelezen hebben vlak voor het slapen gaan. Ze hebben me geleerd te geloven in het goede, in mijn dromen, en in mijn eigen fantasie. Ze hebben me geleerd dat je in je hoofd de mooiste verhalen kunt bedenken die allemaal waar worden, zolang je blijft geloven. Zullen we dát dan aan nieuwe PABO studenten gaan vertellen als ze een droom hebben om juf of meester te worden? Zullen we ze leren fantaseren, in plaats van dat we ze vertellen hoeveel boeken ze moeten lezen? Ze moeten namelijk al zoveel…

Met Blije Groet. Annette

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: