Nuttig Plezier – Pas op hoor, het zou zo maar eens leuk kunnen worden!

We leven in een ‘uiterst complexe wereld’ tegenwoordig. Economische ellende, terroristen die de macht willen en smeltende poolkappen. Naast de echte problemen vind ik persoonlijk twintig soorten tandpasta ook behoorlijk verwarrend. Laat staan de prijsverschillen tussen de Lidl en de Albert Heijn, waarbij ik het consequent eerlijker vind om eerst alles te testen op kwaliteit, voordat ik me een mening vorm. Maar, waar haal ik de tijd vandaan om achttien tubes te vergelijken? (serieus. ik heb ze geteld).

Het is één nutteloze bende, die aarde. En dan ga je op het einde ook nog dood. Potverdorie. Zonder dat ze je er bij vertellen of het allemaal wel zin heeft gehad. Daar komen we daarna pas achter. Of niet. 

Er is maar één doelgroep die deze tijd als uiterst plessant ervaart. En dat zijn zij die het collectief ongemak tot hun persoonlijke vrijbrief voor gedeelde verantwoordelijkheid hebben gemaakt. Ik weet het, het is een hele mond vol. Misschien moet ik even uitleggen wie ik daar dan precies mee bedoel, want je weet maar nooit of er zomaar eentje in je straat woont. Vast en zeker. Want, de persoonlijke vrijbrievers van de gedeelde verantwoordelijkheid vallen na een tijdje altijd op in het straatbeeld. Zonder dat ze daar perse hun best voor doen. Ze kijken turend naar de grond in het voorbij gaan, zijn te betrappen op gefronste gleuven tussen hun wenkbrauwen, en als je ze té vrolijk groet reageren ze geagiteerd. Prachtig woord trouwens, geagiteerd.

Het zijn de mensen die klagen over de wereld, zodat ze zichzelf niet aan hoeven te spreken. De wereld is een poel der verderf en zij kunnen er helemaal-niks-aan-doen. Zij zijn slachtoffer van alles dat zich buiten hen bevindt. Ik heb nog niet ontdekt of dit een typisch Hollandse aangelegenheid is, maar het raakt enigszins aan het idee dat wij zelf heel gelukkig zijn, maar dat het bij de buren allemaal heel slecht gaat. In het geval van de vrijbrievers van de gedeelde verantwoordelijkheid staan de buren meteen maar symbool voor het hele land. Sodom en Gomorra. Potverdorie. En het komt ook nooit meer goed.

Want, is het je ooit wel eens opgevallen dat we 20 jaar geleden óók al in een uiterst complexe wereld woonden? Toen kwam dat millennium immers naar ons toe. Dat jaartal waarin we allemaal zouden vergaan. Of op zijn minst ons elektronisch systeem. Niets zou het meer doen, en oh wat was het ingewikkeld. En nu we het er toch over hebben, 30 jaar geleden woonden we óók al in een uiterst complexe wereld. Toen lagen de kernraketten op de loer. Nou, die wilde je niet in je achtertuin. De tomaten, prei en aardbeiden stonden er net zo kleurrijk bij. Angst in de boezem en demonstreren maar. Tegen de kernraketten. Maar niet te spreken over 40 jaar geleden… Dat was toch zo’n uiterst complexe wereld…

Je begrijpt het al, ik kan nog even doorgaan. Wat rechtvaardigt dan een hedendaagse optimistische attitude, zal je je afvragen. Niets! Welnee joh. Helemaal niets. Dat rechtvaardigt niets, en dat is nou net de essentie. De wereld is altijd uiterst complex geweest en zal altijd uiterst complex blijven. Wat wíj er mee doen, dát is de kwestie. Denk je dat Da Vinci of Kant dachten dat ze in een bloeiende tijd van Verlichting leefden? Dacht het even niet. Die probeerden, net als wij vandaag, het mysterie van het leven te ontrafelen. Het geheim? Optimisme. Totally commited 100% optimisme.  

Want kijk. Optimisme. Optimisme is een keuze. Dat is het al jaren, ondanks al het miserabele om ons heen. Optimisme is geen reactief verschijnsel dat voortvloeit uit een bovenmatig groot geluk. Want dan hadden we het wel een ‘positief effect‘ genoemd. Maar, we noemen het optimisme omdat het een attitude is. Nog voordat we bovenmatig groot geluk hebben waargenomen. Mensen die optimistisch zijn (ik schaar mezelf voor het gemak ook onder deze bevolkingsgroep) zien heus (ja, heus!) wel dat er moeilijke aardse zaken zijn die we nodig eens moeten tackelen. Ze horen, voelen, herkennen en weten dat er uitdagingen liggen in de wereld. Maar het grote verschil met de vrijbrievers van de gedeelde verantwoordelijkheid is, dat optimisten zeggen “Jongens, verrek. We kunnen er iets aan doen! Laten we dan ook aan de slag gaan!” En, als je een optimist met energie tegenkomt, gebeurt er ook nog wat.

Zij zijn pragmatisch en – niet schrikken – ook nog eens heel gelukkig. Ondanks al die ellende van de aarde, met de achttien soorten tandpasta en boze terroristen. Omdat ze weten dat de enige verandering van de situatie binnen in ons ligt. In plaats van buiten ons. Aha! Wij zijn het antwoord op de misere. Niet de buren. Wij.

Ik weet, het klinkt allemaal nogal logisch. En dat is het ook. En heel ingewikkeld om te hacken is het ook al niet. We zitten alleen nog met wat mensen die het collectief ongemak van de aarde tot hun persoonlijke vrijbrief hebben gemaakt. Zij hebben baat bij de complexiteit. Dus gaan ze na optimistische interventies, zoals blije blogjes, plezierige lezingen, vrolijke amusementsmomenten en simpele oplossingen, naarstig op zoek naar negativiteit. Optimisme levert namelijk kansen op. En kansen leveren successen op. Successen leveren collectief geluk op. En collectief geluk levert plezier op. En plezier kan niet en mag niet!

Plezier is nutteloos. Want in het ergste geval worden mensen worden er alleen maar gelukkig en gezond van. Waardoor ziekenhuizen leeg blijven en therapeuten lege sofa’s hebben. Wat moeten we met al die gebouwen doen? En de werklozen die het ons oplevert? De straten zouden schoon zijn en verpakking enkel nog efficient gebruikt, waardoor 80% van de reinigingsdiensten de boel wel konden opdoeken. Ons beveiligingsapparaat zat de hele dag te klaverjassen, omdat crimineel gedrag geminimaliseerd was en mensen hun problemen in dialoog oplosten met elkaar. Saai! Dan pakte een buurman een ladder, als er een lantaarnpaal in de straat stuk was, en maakte het ding. Want, we hadden tijd over om elkaar te helpen. De gemeentebelastingen zouden zo met 80% omlaag gaan, en er was consequent budget over.

En het aller- allerergste zou nog zijn, dat we allemaal moesten doen waar we blij van worden. Van die dromen uitvoeren, die we hebben als we ’s avonds laat in ons bed liggen te mijmeren. Of, die we delen op een verjaardagsfeestje als we in het feestgedruis onze angst vergeten. Stel je voor. Dat je ècht moest doen wat je droomde. Dan kon je niemand meer de schuld geven als het mislukte. Niet de economie. Niet de terroristen. En zeker niet de tandpasta. Dan was plezier hebben opeens iets nuttigs geworden. Ai.

 

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: