We moeten stoppen met denken dat grote instanties alles weten. #waardecreatie

Misschien is dit een verhaal voor iedereen die nog gelooft dat grote instanties en instituties kwalitatief beter zijn dan een zzp-er. En laat ik dan beginnen met hand in eigen boezem te steken – ik was die persoon. Vijf jaar geleden was dit een verhaal voor mij geweest.

Nu sta ik aan de andere kant. Al een aantal jaar, maar het voelt als gisteren. Ik werk als eenpitter. Als zelfstandig ondernemer, zoals ik mezelf het liefste noem.

Gaat dat goed? Nou. In het begin natuurlijk niet. Terugkijkend voldeed ik aan alle clichés: Ik rekende mezelf rijk, ik observeerde me suf met betrekking tot alles dat er om me heen gebeurde, ik zocht naar wegen die een bestaansrecht (lees: inkomen) waarmaakten en ondertussen deed ik alsof alles koek-en-ei was. Want, dat was handig om geloofwaardigheid op lange termijn te oogsten.

Nu ben ik drie jaar verder en voldoe ik weer aan alles clichés: één op de drie bedrijven strandt namelijk in zijn derde levensjaar. En ik leef nog. Ik vlieg zelfs hoog, best hoog. Het gaat goed met mij. Ik moet vaker ‘nee‘ zeggen dan ik ‘ja’ kan antwoorden. Wat ik in tegenstelling tot drie jaar geleden nu in alle oprechtheid zeggen kan.

Waarom het me gelukt is weet ik niet precies. Het heeft met veel factoren te maken. Voornamelijk met hard werken en volharden. Veel elementen die me brengen op de plek waar ik nu ben. Wat ik wèl zeker weet is, dat ik op die route maar in één handeling uitermate consequent was: Ik bleef extreem dicht bij mezelf. Ondanks de omgeving. Ik waaierde mee zoveel ik kon, maar liet me nooit afleiden van de kern. En juist dat brengt me bij het verhaal van vandaag. Een verhaal dat ik de laatste maanden steeds vaker tegen kom. Een verhaal waarvan ik vind dat het verteld moet worden. Wie het horen wil, mag het horen. De ander klikt gewoon door – dat is net zo prima.

Juni 2013.

We zitten in zijn kantoor. Ik ben uitgenodigd voor een informeel gesprek, maar eigenlijk is het een reprimande. Hij weet dat niet, ik wel. Hij is eigenaar van een trainingsbureau uit wiens naam ik een training moest geven. De training heette ‘beïnvloedingsstijlen’ waar ik voor het gemak de term ‘manipuleren‘ van had gemaakt. Dat vonden de deelnemers handig en ik ook. Hoefden we alleen de negatieve connotatie maar te veranderen en waren we klaar. De opdrachtgever zag het anders. Dus moest ik op de koffie komen. Voor dat informele gesprek dat eigenlijk een reprimande was.

Hij legde me uit hoe de corporate wereld in elkaar zat [vond hij handig. vond ik grappig]. Welke regels er gelden en waar je aan mee moet doen. Hij besloot zijn betoog: ‘Ik vraag me af of jij je wel kan confirmeren aan de corporate wereld’. ‘De vraag of ik het kan is irrelevant’ antwoordde ik. ‘De vraag is of ik het wíl. En dat antwoord is ‘nee’. Ik geloof niet dat we de wereld mooier maken (lees: gezond en gelukkig) als we elkaar voortdurend bevestigen in onze blinde vlekken. Zeker als trainer is het de bedoeling dat je inzichten biedt. Dat gebeurt niet als ik een toneelstukje speel…’ De man keek me quasi-nadenkend aan. Uiteraard was dit het einde van onze samenwerking. Voorzichtig vroeg hij zich nog hardop af, of ik er met deze instelling wel komen zou.

Zomer 2014.

‘Misschien moet je toch open sollicitaties sturen naar de grote organisaties zoals Schouten & Nelissen en De Baak enzo…?’ zegt een vriendin met wie ik een wijntje drink op een terras. We zijn oud collega’s en werkten jaren lang samen in de hulpverlening waar ambulante zorg en therapie door elkaar heen liepen. ‘En dan..?’ zeg ik. ‘Dan moet ik alsnog in een keurslijf en ik kan helemaal niet in een keurslijf.’ Het moeilijke is dat je zonder grote instelling achter je naam opeens geen waarde meer lijkt te hebben. Diploma’s doen er amper toe en cv’s kijkt niemand naar.

‘Ik moet gewoon mijn eigen bureau oprichten!’ roep ik opeens. ‘Dat is het!’ Vliegend fietste ik later die avond naar huis. De droom sijpelde voort en mondde uiteindelijk uit in een kiemend zaadje dat samen kwam op een website: http://www.deakademie.nl. Dat die naam nog vrij was mag een wonder heten!

Ik droomde over de visie, die enkel over de kern van ontwikkeling en leren moest en mocht gaan. Over het hart. Mijn basis, waar ik me opnieuw aan verbond – de gedachtengangen van Celestin Freinet en Peter Petersen. Ik plakte er de oplossingsgerichte communicatie en competentiegericht werken aan vast. Alles leek zich goed te ontwikkelen tot….

Maart 2015.

… de ondernemersweek.

Ik wandel op de beurs langs het standje van De Baak. Uit nieuwsgierigheid en een vast geloof in verbinding. Maar ook van eigenheid en recalcitrantie. Bij het standje vang ik enkel bot. In gesprek met een trainer wordt me gevraagd hoe ik eigenlijk aan al mijn kennis kom. ‘Eh… door opleidingen en vijftien jaar ervaring’ antwoord ik. De vraag verwonderde me. Wat een rare vraag eigenlijk? Hier ben ik toch voor opgeleid? Ik doe mijn hele leven niets anders dan met mensen werken. Dan is het slim als je ze (de mens) na een tijdje ook kan ‘lezen’. Want dat is je taak. Het zal nog bijna een jaar duren voor ik snapte waar de vraag van de trainer vandaan kwam. Dat ik daarbij ook nog een onconventioneel opleidingscentrum wil starten zonder overheadkosten wordt helemaal weg gelachen bij het standje. Hoe ik het in mijn hoofd haal? Terwijl ik het zelf eigenlijk meer dan logisch vind.

Najaar 2015.

Ik moet een training hosten dat gelinkt is aan verschillende ministeries. Op een cruciaal moment vraagt één van de prominent aanwezige figuren voor welk instituut ik werk. ‘Werk je voor De Baak?’ vraagt de meneer. ‘Nee’ lach ik opgewekt. ‘Ik werk voor mezelf’. De meneer zwijgt (echt waar gebeurd!) en draait zich de andere kant op.

En dit mag rustig gezegd: Ik ben trots op het antwoord dat ik gaf! Heel trots. Ik moet drie keer slikken van de meneer zijn reactie en op de terugweg val ik er mijn vrienden tot in de treuren mee lastig. Maar God, wat ben ik blij dat ik nooit gezwicht ben! Steeds vaker zie ik hoe grote, logge apparaten proberen om hun bestaansrecht te verdedigen bij de gratie van hun jaarcijfers en omzet. Steeds vaker zie ik unieke mensen zich aanpassen aan die apparaten, terwijl ze bovengemiddeld getalenteerd zijn. En steeds vaker zie ik hoe knap het is dat ik dat daar buiten blijf. Dat ik niet zwicht voor oppervlakkigheid. Zeg ik daarmee dat ik logge apparaten meestal oppervlakkig vind? Ja, dat zeg ik.

Winter 2016.

Een vriend en ik zijn nu een paar maanden aan het experimenteren met trainingen rondom boeken waar hij co-schrijver van is. Uren hebben we gesproken over punten en komma’s. We hebben gezocht, gevonden, alles nog vijf keer omgekeerd en ik schreef een handboekje dat ons in deze pilot fase ondersteunt. En nu. Geven we trainingen. Zelfs met ‘open inschrijving’ die – tot onze vrolijkheid – storm lopen.

Doordat we de training samen geven (wat kennelijk ook al niet meer een gewoonte is in trainingsland), is onze leercurve optimaal, niet te zeggen grandioos. Hij is voornamelijk spreker, waardoor het geheel een verdieping heeft en we steeds de win-win situatie zoeken. Interventie keuzes bespreken we uitvoerig en ik word constant bevestigd in mijn overtuiging: De mens die de training (of lezing) geeft is essentieel voor het succes! En die mens staat uiteraard los van welke organisatie of institutie dan ook.

Nu.

Hoe kan het dat we lezingen/sprekers wel als autonome entiteiten beschouwen en trainers niet? Is dat niet een beetje raar. Waarom vallen we bij trainingen terug op de historische impact van een organisatie of instituut in plaats van op het individu?

Een goede training (en het is handig dat u het als mogelijke opdrachtgever bij een groot instituut even weet) staat of valt bij de manier waarop de trainer zijn/haar persoonlijkheid weet te verbinden aan de inhoud. Iedere pannenkoek kan namelijk een methode overdragen. Dat is echt niet zo moeilijk. Geloof mij maar. Hebben we niet allemaal vanzelf leren fietsen?

Wat er moeilijk is aan het geven van een training, is het vinden van aansluiting bij de deelnemers. Het observeren en handelen tegelijk. Het durven nemen van risico’s, kwetsbaarheid inzetten, kwetsbaarheid ‘eisen’, leerstijlen herkennen èn er op anticiperen. En dat – ja! – dan allemaal tegelijk. Dat is wat trainen is. Niet het oplepelen van een werkwijze.

Dit betekent dus ook dat je, los van een training, ontzettend veel dingen zelfstandig kan leren. Je kan talloze werkvormen, stijlmiddelen, denkwijzen, methodieken en theorieën allemaal van het internet plukken of uit boeken halen. En ik zou het doen als ik u was!

Voor het theoretische gedeelte of een modelletje hoef je echt geen dure trainer in te huren. En niet om lullig te doen (al zal het wellicht wel dat effect hebben): agile technieken, zoals scrum, zijn eenvoudig aan te leren zonder training. Je leest een boek (ik raad ‘Scrum’ van Jeff Sutherland aan). Of, als je persoonlijke leerstijl niet helemaal aansluit bij het lezen van een boekje: Je vraagt wie er op de afdeling van lezen houdt, geeft het boekje en vraagt het dan aan jou uit te leggen. Heb je meteen de eerste stap naar een co-creatie gezet. Het is van de zotte dat mensen voor twee dagen scrum-training per persoon een bedrag van € 1500,- moeten betalen (ook echt waar!). Dat haal je gewoon van internet of uit een boekje in de winkel. Kost niks.

‘Ja maar… Scrum en Lean zijn gecertificeerde methodes, Annette. Die mag je niet zomaar kopieren.’

Dat is gezien de licenties wel waar, maar inhoudelijk klopt het niet. Van geen kant. Als je de basis elementen, van zowel scrum als lean, voorlegt aan een psycholoog, dan zal die je zeggen dat alle stappen en kennis te herleiden zijn naar psychologische stromingen de eeuwen hiervoor. Zelfs met mijn pabo opleiding en sociologie bachelor kom ik nog verder dan de grondlegger van lean. Dit is niet erg, want iedereen doet het op zijn eigen manier. En als iets werkt, dan werkt het. Een methode is een voertuig om ergens te komen en niet het doel an sich. Maar, claimen dat je er alleen mee mag werken als je veel geld betaald? Nope. Da’s niet zo handig (en lief!) als je zelf ook rust op de schouders van anderen.

Je moet dus nooít iets kopen alleen om de methode.

MITS. Gelukkig is er een mits. Mits de trainer ter plekke een groot stuk van zijn/haar persoonlijkheid laat zien, die we niet uit een boekje kunnen leren (en laten we hopen dat scrum trainers dat doen!). Mits de trainer concrete, aan te wijzen ervaring met de methode heeft. Dat betekent dus: Doen wat je zegt en zeggen wat je doet.

De tijd van instrumentele en instructie trainingen, die móet voorbij zijn wat mij betreft. De meerwaarde van een goede training zit in het hart, in de actie en de juiste tone of voice. De communicatie en de afstemming van de interventies. Maar vooral in het moment. Dat kan met geen enkel model opgelost worden. Een goede training wordt door een trainer gemaakt. Dat doen wij – de mensen die we trainers noemen.

Daarom maakt het dus niet meer uit of je een grote instantie inhuurt – waarbij je bakken aan overhead en marketing kosten betaalt – of een zzp-er die de klus voor twee derde van de prijs klaart. Is dit dan een pleidooi voor zelfstandig ondernemerschap? Nee! Zeker niet.

Dit is een pleidooi om áltijd te blijven kijken naar de mens achter de methode. Natuurlijk zijn er ook steengoede trainers bij bureaus en organisaties te vinden. Uiteraard. En die blijven zich ook door ontwikkelen en open staan voor vernieuwing. Ik ken een boel goede trainers die werkzaam zijn bij de grote bureaus. Maar, het is geen voorwaarde. De voorwaarde zit in de mens zelf. Het wordt daarom tijd dat we het verhaal van trainers meer ruimte gaan geven.

Dus, heeft u het hele web en boekenwinkel aan modellen, methodes en werkvormen onderzocht en wilt u echt-echt een training om de extra stappen te zetten? Wilt u leren om het hart en uw vaardigheden te gebruiken binnen een specifieke werkwijze? Dan wil ik u iets adviseren.

  1. Bereid u zo goed mogelijk voor, voordat de training begint. Ik kom te vaak mensen tegen die reactief en achterover leunend consumeren. Terwijl het niveau zes treden hoger had kunnen liggen als ze voorbereid waren. Lees u in, als er informatie voor handen is. En die is er áltijd. Zo kunt u optimaal gebruik maken van de tijd met de trainer. Wees op de hoogte van de basis.
  2. Wie u ook inhuurtlaat het een grote organisatie zijn, een miljoenen trainingsbedrijf, een coöperatie of een zelfstandig ondernemervraag altijd naar de mens achter het werk. Neem nooit genoegen met een inwisselbaar nummertje. Check of de trainer ruim ervaring heeft met de methode en de gedachtengang die overgedragen wordt. Vraag ook gerust naar persoonlijke verhalen die de methode illustreren! Trainers die dit moeilijk vinden, zou ik snel aan de kant zetten eerlijk gezegd.

Want weet u. Alles is al eens gedaan. Elke module is gemaakt, elke methode is al bedacht, het verleden staat vol met verhalen. Maar nog niet met verhalen die door óns geschreven zijn. En dat wordt hoog tijd.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: