Het Waarom van de Bedoeling en de Regel.

Er is geen plek zo vervuld van regels als ons onderwijs. En het lijkt de laatste jaren wel erger te worden in plaats van af te nemen, terwijl je toch zou denken dat we als samenleving wijzer worden. Kennelijk nog niet helemaal. Kennelijk levert de wereldwijdse verschuiving bij sommige mensen zoveel krampen op, dat ze leiden naar verwarring. De verwarring leidt naar het zoeken van een houvast. En houvast vindt men – hoe kan het ook anders – in het stellen van regels. Een schijnbare houvast, wellis waar.

Een aantal weken geleden gaf ik, als interim docent, les aan een vierde klas vmbo-basis. De klas had veel moeite met de lesstof van het aankomende examen en de spanning was van de gezichten af te lezen. Dit uitte zich op recalcitrante wijze, iets waar binnen ik zo goed en zo kwaad als het ging, al maanden doorheen laveerde. De bewuste les echter, deden ze het fantastisch. Wat zeg ik? Meer dan fantastisch. Ze waren betrokken, oprecht en gefocust op de examenstof. Het ging zelfs zo goed dat de les na vijfenveertig minuten klaar was. Alles dat ik wilde behandelen, was behandeld! En wat deed ik toen? Ik complimenteerde ze, zoals ik nog niet eerder gedaan had en vertelde ze dat ze als cadeau eerder weg mochten [belangrijke noot in dit verhaal: Het was hun laatste les van de dag]. De leerlingen vertrokken één voor één uit het lokaal en wandelden de trap af, die twee meter naast de deuropening lag. Niets aan de hand, zou je denken.

Toch wel. Iets later werd me vriendelijk, doch duidelijk, door de teamleider uitgelegd dat er regels waren in de school. Eén van die regels was, dat er geen leerlingen op de gang mochten tijdens de les en ik zeker niet eerder mocht stoppen. ‘Wat is het idee achter die regel?’ vroeg ik. De teamleider zweeg. ‘We hebben een boekje ‘zo doen we dat in de bovenbouw’, daar staat het in.’ ‘Ja, maar,’ begon ik. ‘Daar staan alle regels in. Niet het waarom van de regels. Achter elke regel ligt een reden. Een bedoeling. Anders kan je hem niet invoeren.’ De teamleider dacht even na en antwoordde toen dat de bedoeling was, dat het rustig bleef op de gangen, zodat de lessen niet gestoord zouden worden. Ik lachte opgelucht. Daar had ik aan voldaan! Het was stil gebleven op de gang, niemand had er last van gehad. In mijn beleving had ik de bedoeling perfect opgevolgd!

Toen begon de teamleider. ‘Ja, maar’ zei hij. ‘Als alle klassen eerder stoppen, heeft de eindtijd geen zin meer.’ ‘Natuurlijk wel’ antwoordde ik. ‘Dit was een exceptioneel cadeau. Juist door de eindtijd te erkennen, kon ik ze belonen en ze eerder weg laten gaan.’ ‘Dan moet je ze anders belonen…Want ze mogen niet op de gangen tijdens de les’ zei hij. Het werd een wonderlijk gesprek.  Met een formidabele conclusie.

‘Dus’, eindigde de teamleider uiteindelijk na een paar minuten. ‘Kennelijk heb jij de capaciteiten om op die manier met leerlingen om te gaan, maar ik heb ook docenten die dat niet kunnen en daarom moeten we ons aan de regel houden dat ze niet voor de bel het lokaal uit mogen.’ Een omkering van jewelste, waarbij we de kwaliteit van ons onderwijs dus afstemmen op de kracht van de zwakste schakel. 

Dit doen we op veel meer plekken in de samenleving. Met als gevolg dat getalenteerde, energieke en enthousiaste mensen, als kaarsjes uitdoven en vertrekken. Heel erg dom, als je het mij vraagt. Maar goed, daar ging dit verhaal niet over. Dit verhaal ging over de bedoeling achter regels. De reden van de regel.

Het onderwijsvoorbeeld hierboven staat enkel symbool.

Er is natuurlijk niets mis met de wens om op een druk VMBO, vol levendige pubers, rustige gangen te hebben waar iedereen in een fijn klimaat kan ontwikkelen. Als je het zo formuleert, klinkt het zelfs als een heel goed idee! Waar het mis gaat is de uitwerking – Om aan de wens te voldoen mogen docenten leerlingen niet voor de bel weg laten gaan. Er worden rechtlijnige grenzen neer gelegd. Hiermee beperk je onmiddellijk een arsenaal aan kansen, mogelijkheden en (in mijn geval) cadeaus. Onhandig dus.

De wens is prachtig, de uitwerking belabberd.

MAAR. Als je zou focussen op de bedoeling achter de regel, dan zou je niet alleen een legio aan kansen bieden [waaronder eigenaarschap en zelfredzaamheid bij leerlingen], maar tevens indirect een optimistische cultuur mee geven. Dit levert in de breedste zin van het woord veel meer op dan het stellen van een beperkende regel.

Cultuur is de lijm die ons verbindt. Dat is wat een groep definieert. Sommige wetenschappers vinden dat je niet kan intervenieren op cultuur, maar ik denk daar anders over. Sturen op de wens binnen een samenleving, heeft regelrecht effect op de uitkomst. Kijk maar naar voetbal. Op het moment dat Oranje speelt, zijn al onze conflicten verdwenen, blijken alle clubs eensgezind en bestaan regionale grenzen niet meer. Niemand heeft hier ooit één regel of wet voor opgeschreven. Toch gaat het zo. Dat heet cultuur. De wens gaat boven de regel.

Focus je dus op de wens, dan werk je indirect aan de cultuur van een samenleving. 

Binnen een optimistische cultuur kunnen mensen excelleren. Ze kunnen hun creativiteit kwijt, experimenten uitvoeren en mogelijkheden onderzoeken. Alleen op die manier kan er gebruik worden gemaakt van collectieve intelligentie. Omdat de cultuur (sfeer) ruimte geeft aan neergezette waarden, zoals bijvoorbeeld rust, stabiliteit, veiligheid en individuele ontwikkeling, voelen mensen zich minder bedreigd in hun autonomie. En juist hierdoor ontstaat openheid voor gesprek. Iets dat noodzakelijk is als we ruimte willen geven aan wensen en bedoelingen.

Neergezette waarden binnen een cultuur, geven ruimte aan gesprek en gebruik van collectieve intelligentie. 

Let wel op (!), dit kan net zo goed in een negatieve spiraal voorkomen als in een positieve. Stel, dat we het proces negatief zouden labellen, dan kan je dat op allerlei manieren aan vreselijke oorlogen koppelen. Een simpel voorbeeld om het mee te illustreren is dat van een ‘straat gang’. Door de sterke wens [vaak gedreven door één visionair] ontstaat er een gezamenlijke cultuur. De cultuur trekt mensen aan met dezelfde wens [of in dit geval ongenoegen/klacht] en van daaruit ontstaat de criminele handeling. Een gang zelf ziet dit helemaal niet als crimineel gedrag. Een ander voorbeeld binnen de negatieve spiraal is de werkwijze van loverboys. In het begin is er de visie en de wens, die gedeeld wordt met het meisje. Hij verwoordt wat zij wenst en heeft daardoor grip op haar. Zij blijft en dan pas komt de uitwerking, in dit geval een verschrikkelijke. Jaren geleden gaf ik korte tijd ambulante coaching aan loverboy slachtoffers, de brainwash die je dan tegenkomt is vreselijk. Effectief, maar vreselijk.

Kijkend naar al deze processen, kan je dus concluderen dat meneer Sinek met zijn theorie over ‘Everything starts with why’ een paar jaar geleden de spijker aardig op zijn kop sloeg. Dit geldt ook voor meneer Coleman die ons de vorige eeuw al uitlegde hoe ‘Social Capital’ werkt [altijd weer dat sociale kapitaal], of meneer Goffman die al onze wonderlijke bewegingen relateerde aan een dramaturgisch perspectief van de werkelijkheid. Ga ik nog even door, dan kom ik hoe dan ook uit bij de Italiaanse wijzen uit de Renaissance en de onnavolgbare filosofische Grieken. Hoe dan ook.  Regels zonder gebruik van de bedoeling, zijn als een kaartenhuis, dat bij een zuchtje wind om dondert en in elkaar stort. Je hebt er helemaal niks aan. 

%d bloggers liken dit: