Waarom ik ‘Gratis’ deel en niets terug vraag.

 

‘ We zijn dat hier niet zo gewend’.

Sinds ik meer met gemeenten en overheidsmedewerkers in aanraking kom tijdens trainingen en procesbegeleidingen, hoor ik bovenstaande zin steeds vaker.

Het is altijd mooi als je een veld vanuit een andere hoek leert kennen en daardoor nieuwe dingen ontdekt. Als reguliere burger ken ik de overheid uiteraard al jaren. Vervolgens had ik lange tijd met gemeentelijke overheidsinstanties te maken vanuit mijn werk in het (speciaal) onderwijs en nog weer later vanuit de hulpverlening. Totdat ik in 2012 een nationale opruimdag initieerde [ KeepitCleanDay ] en een sprong maakte naar de 405 gemeenten die ons land rijk is. Tegenwoordig help ik ze in het ontwikkelen van teamprocessen, gerelateerd aan opgaven en maatschappelijke ontwikkelingen.

Als er één beroepsgroep is die te maken heeft met de snel opvolgende veranderingen in onze maatschappij dan is het wel: de overheidsmedewerker. Potjandikke zeg. Het ene is net bedacht, of het andere staat al weer voor de deur. En ze moeten maar mee bewegen, alsof het een lieve lust is. ‘Flexibel zijn’ is ondertussen een standaardhouding die je, als het je ontbreekt, op de iets-langere-termijn duur kan komen te staan.

Groot risico hierbij is dat je basis-DNA [wie je bent als mens] aardig onder druk komt. Structurele ervaringen leiden naar negatieve aannames, die weer kunnen leiden naar onzekere startsituaties. Zo starten veel mensen helaas eerder vanuit een wantrouwen een nieuw contact, dan vanuit een ‘tabula rasa’. Een blank vel waarop nog van alles kan gebeuren en dat je bovendien áltijd met zijn tweeën vult, kleurt en tekent.

‘Wij zijn dat hier niet zo gewend.’
Een zin die ik vaak terug krijg, als ik bij dat specifieke eerste contact direct aanbied om (digitaal) materiaal op te sturen, ze te verbinden aan anderen waarvan ik inschat dat het een goede match zal zijn en ze attendeer op projecten die een toevoegend inzicht kunnen bieden op de recente praktijk van de overheid. ‘Doe je dat echt?’ vragen de dapperen onder hen. Dit doe ik kosteloos en zonder enkele verwachting. Vooral dat laatste maakt kennelijk indruk. Ik doe het niet omdat ik het bedacht heb vanuit acquisitie, maar simpelweg omdat ik het logisch en vanzelfsprekend vind. Dat voelen mensen. En dat schijnt de verwarring op te leveren.

‘We zijn dat hier niet zo gewend.’
Vorige week kwam het weer ter sprake. En na aanleiding van een inzichtelijk moment tijdens een gesprek op een provinciehuis, leek het me belangrijk uit te leggen waarom ik dit eigenlijk op deze manier doe. Waarom ik zeker wèl waarde aan geld hecht, maar niet voor alles geld vraag.

Natuurlijk vind ik het fijn als ik geboekt word om teams te begeleiden, projectprocessen te faciliteren, trainers bij de overheid te trainen en interactieve lezingen te houden over thema’s die me boeien. Èn daar rijkelijk voor betaald word. Natuurlijk!

Het zou naïef zijn om te denken dat ik van de lucht kan leven en mezelf als Franciscus van Assisi door de wereld beweeg. Ik ben groot fan van Franciscus en stond op een dag zelfs klaar om een pelgrimswandeling door zijn leven in Italië te maken. Ik strandde echter aan de Amalfikust met een Limoncello in mijn hand en realiseerde me dat Franciscus in zijn altruïstisch leven een iet-wat belangrijk element over het hoofd had gezien: Zelfzorg. Franciscus was vergeten om zijn individuele behoeften te erkennen en identificeerde zich in zijn gehele leven met de armsten en de dieren om zich heen. Als zij niks hadden, dan had hij ook niks. Het is een keuze. Misschien was het zijn individuele keuze, maar zover heb ik me nog niet verdiept.

Op het moment dat we ons autonome individu loslaten en lijken te vergeten, en ons identificeren met de omgeving, doen we de belangrijkste persoon in ons leven stelselmatig tekort: Ons Zelf. 

Wil je werkelijk sociaal en maatschappelijk verantwoord aan de slag? Dan neem je jezelf als uitgangspunt en plaatst dat voortdurend in context met de omgeving. Soms levert dit een match op. Soms ook niet. Ieder moment is hierin uniek en daardoor is het standaardiseren van zaken ook zo ingewikkeld: Dat gaat namelijk in de natuur helemaal niet op.

Mijn persoonlijke plezier in dit leven (jaja, een inkijk in mijn individuele wens ;) ) rust meestal op drie pijlers. Ik wil het gezellig hebben, ik wil stil naar de bomen kunnen kijken en tegelijkertijd mijn toegevoegde waarde met de wereld delen, zoveel als ik kan. Tot ik dood ben. Ik beslis zelf uiteraard met wíe, wanneer, waarom en hoe die elementen samen komen. Dat beweegt door de jaren heen. En is nooit hetzelfde.

Dit houdt concreet in dat ik dus álles deel dat ik over heb. Als ik voor gemeente A een artikel schrijf met werkvormen en theoretische aspecten over bijv. Reflectief Kapitaal, dan zou het zomaar kunnen zijn dat gemeente B, C en D daar ook iets aan hebben. Gemeente A heeft mij al geld gegeven voor de live-training en persoonlijke processen. De tekst is sowieso geschreven. De uren zijn gemaakt. En het document bestaat al. Bovendien is het geen boek van 200 pagina’s, maar een efficiënt en bruikbaar document.

Wáárom zou ik alle anderen daar dan extra geld voor vragen?
Er is in mijn beleving maar één antwoord op die vraag: Als ik mezelf het geld méér gun, dan anderen de toegevoegde waarde (lees: surplus) die mijn tekst hen kan bieden, alléén dan zou ik er extra geld voor moeten vragen. Dit is een simpele balansrekening die je enkel zelf kan maken.

Ik weet zéker dat op dit moment in de tijd, de maatschappij meer heeft aan mijn artikelen, dan dat ik aan het extra geld heb.

Ik vraag en verwacht geld als je me live invliegt. Als ik aan de slag ga met een team. En als ik mijn uren deel in een concrete setting en je alle elementen samen bij elkaar hebt. Dán vind ik het logisch om een materiële vergoeding te ontvangen. En normaal.

‘Mensen willen tegenwoordig voor alles iets terug.’
Een kenniswerker van een gemeente in het noorden van het land legt me uit dat hij erg graag met zelfstandig ondernemers wil werken, maar dat de onderhandelingen bijna over-spannen te werk gaan. ‘Mensen vragen eerst wat ze terug krijgen en bedenken dan pas of ze het contact aan willen gaan. Ze vergeten dat de overheid uit duizenden vissen kan kiezen en dat alles bij een eerste contact begint.’ Hij heeft gelijk. Om diezelfde reden zijn mensen verbaasd dat ik zo veel weg geef. Het slaat de andere kant door en dat begrijpen ze evenmin.

En wellicht is dat dan ook meteen een tip naar de overheid toe:
Een win-win situatie begint altijd bij de autonomie van iedere deelnemer. En nooít bij het kijken naar de wensen van de ander.

  • Krijg je iets cadeau? Dan is de ander (bijv. ik in dit specifieke geval) kennelijk in staat om het je te oprecht geven. En kan je er met open armen van genieten, zónder dat er verwacht wordt dat je iets terug geeft (anders was het geen cadeau, hè).
  • Wil je als kenniswerker bij de overheid zelf iets hebben van iemand buiten de organisatie? Vraag er dan gerust om. Dat mag je altijd blijven doen. Het is ieders eigen verantwoordelijkheid om te kiezen wat hij/zij weg geeft, waarom en wanneer. En dus ook akkoord te gaan met het woordje ‘nee’.

Enjoy, met dat wat je ontvangt!

 

note: deze column is vorige week op linked in als bericht gepubliceerd. 

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: