De 4e generatie communicatie: Vragen Stellen.

Een gesloten vraag kent vier antwoorden:

  1. Ja.
  2. Nee.
  3. Dat weet ik niet.
  4. Dat wil ik niet zeggen.

Een open vraag kent vier antwoorden:

  1. De waarheid.
  2. Een leugen.
  3. Dat weet ik niet [is waarheid/leugen]
  4. Dat wil ik niet zeggen [is waarheid/leugen]

Een generatieve vraag kent miljoenen antwoorden. Het nodigt uit tot persoonlijke inspiratie, gedachten-experimenten, wensen, dromen, fantasie en visionaire statements van de ontvanger. Een generatieve vraag kan zelfs elke dag een ander antwoord brengen. Hierdoor opent het een reservoir aan mogelijkheden bij de ontvanger èn in de dialoog met de vragensteller.

We weten echter bar weinig over deze vorm van communicatie. En naar het ‘waarom‘ is het enkel gissen. Wellicht heeft het te maken met onze westerse voorouders. Generaties die met name op zoek waren naar antwoorden, probleemstellingen en kaders. Op het gebied van communicatie kunnen we drie generaties onderscheiden:

  1. De eerste generatie: Een visie die zich met name bezig houdt met het oplossen van problemen uit het verleden, om het heden beter te begrijpen en zo de toekomst te kunnen vormgeven. Het is een generatie grotendeels geïnspireerd op Sigmund Freud. Behandelmethoden (serie gesprekken met een therapeut/filosoof vóórdat we de coachingsinvasie van de 21ste eeuw leerden kennen ;)). Dit waren lange processen en langdurige sessies, waarbij de nadruk op de expertise van de expert lag. Die wist áltijd een beetje meer dan de klant.
  2. De tweede generatie: Een visie uit de jaren vijftig/zestig vanuit Noord Amerika met een systemische kijk (let op: hier worden géén opstellingen mee bedoeld) op de vicieuze problemen waar de klant mee te maken had. De cirkel redeneringen hielden de problemen (disfunctionele interacties) in stand en die moesten doorbroken worden. De nadruk ligt op wat er nu, ter plekke, gebeurt. Gesprekstechnieken die hier veel aanbod komen zijn het bekende ‘doorvragen’ en ‘resumeren’. Zo wordt het vicieuze gedrag voor de klant gespiegeld en (hopelijk) doorbroken.
  3. De derde generatie: De generatie die gekenmerkt wordt door de Oplossingsgerichte Communicatie. Een stijl die zich direct op de toekomst richt. Deze generatie is eind 20ste eeuw ontstaan en focust op kortdurende processen. Door de manier van communiceren wordt er naar mogelijkheden, kansen en uitdagingen gekeken, waardoor de klant vanuit een expliciet positieve benaderingswijze behandeld wordt. Dit werkt gelijkwaardigheid in de hand. Zodoende wordt deze benadering ook wel de ‘aanmoedigingsbenadering‘ genoemd.

De derde generatie is met name de afgelopen vijftien jaar extreem tot bloei gekomen. Tevens winnen de ‘softe’ gedragswetenschappen steeds meer terrein en worden ze interdisciplinair ingezet in meerdere vakgebieden. Nederland heeft in 2016 circa 60.000 coaches (bron: kvk) en dan lopen er nog duizenden in het wild rond. Hoeveel daar daadwerkelijk góed van zijn, is nog maar de vraag. Ik gok zo’n 10%. Veel van de zelfbenoemde coaches (het is een vrij beroep) is coach geworden n.a.v. een burn-out, of besloot er voor te kiezen n.a.v. ww-uitkering. Dit zijn geen aannames, maar klinkklare feiten. Is het erg? Nee! natuurlijk niet! Zolang ze maar steengoed zijn in hun vak en kunnen uitleggen wat ze doen. Kom je ooit bij een coach terecht, dat lijkt op een gesprek met je beste vriend(in)? Dan gaat er iets mis.

Maar goed. Terug naar de kern. De derde generatie communicatie is ontploft en die ontploffing liep redelijk gelijk op met de ontwikkelingen in de digitale wereld. Sociale media werd gelanceerd en menselijke interacties vonden opeens op allerlei terreinen plaats. Zowel, in de ‘cloud’ als op de aarde werd communicatie een ding. We hebben het er maar druk mee! Onze relaties veranderen er door en velden verschuiven. En daarom wordt het hoog tijd voor een vierde generatie communicatie: Een generatie die zich focust op vragen stellen. 

We leven in een cruciale tijd waarin we net kunnen doen alsof we het weten, maar we weten het niet. Niemand van ons heeft de waarheid in pacht. En juist daardoor hebben we een mogelijkheid, een kans, van onschatbare waarde voor ons liggen: de kracht van het collectief. We leven in een periode waarin we sterkere, vrijere, opener en intelligentere communities kunnen bouwen dan in de eeuwen hiervoor. Netwerken overlappen en expertise worden verbonden. De collectieve intelligentie creëert een samenleving die enerzijds heftige spanning en escalaties op kan roepen (denk bijv. aan de pieten discussie), maar ook duurzame, gezonde en grootschalige ontwikkelingen kan bewerkstelligen (denk bijv. aan de Arabische Lente, Occupy) Het enige waar we in dit spannende proces secuur op moeten blijven letten is, de ruimte voor het individu. We moeten oog houden voor de persoonlijke weg die ieder van ons aflegt. We moeten dat blijven zien!

Hoe? Door generatieve vragen aan elkaar te stellen!

Als we, in een periode, waarin we voornamelijk te maken hebben met transities en mondiale transformatieprocessen, verzaken om in gesprek met elkaar te blijven. Dan laten we een belangrijke kans liggen. In tegenstelling tot wat veel mensen denken hoeft dit hélemaal niet zoveel tijd extra te kosten. Het vraagt uiteraard wel oefening en praktijkervaring. Maar oefening baart kunst. Dus je kan er maar beter mee beginnen, dan spaar je op langere termijn heel wat uren uit!

Een generatieve vraag is, zoals gezegd, een vraag die uitnodigt tot een inspirerend antwoord dat altijd weer anders beantwoord kan worden. De bekendste generatieve vraag is wellicht de wondervraag, afkomstig uit de Oplossingsgerichte communicatie. Hij luidt als volgt: Als je morgen wakker wordt en alles is perfect, wat is er dan vannacht veranderd? 

Persoonlijk houd ik er van om generatieve vragen met veel luchtigheid en nieuwsgierigheid te brengen. Mijn ervaring heeft laten zien dat het de ontvanger helpt om breder en ruimer te associëren. Het gesprek krijgt een vleugje ‘onbegrensde mogelijkheden’ en dat is precies wat we willen. Het antwoord hoeft niet direct uitvoerbaar te zijn. Als het maar kansen, opties en toekomstperspectief laat zien. Van daaruit kan er een nieuwe generatieve vraag ontstaan, die leidt naar het uitvoeren van één  of meerdere van de verkregen antwoorden.

Er is mijn ooit bij het UWV een generatieve vraag gesteld, die daarna niet goed geborgd en beschermd werd. Dan is zo’n vraag rondweg desastreus. Nog erger dan, het niet stellen. Als je niet in staat bent om de openheid, het oordeelloze karakter èn de consequenties van het antwoord te accepteren, dán kan je het maar beter niet stellen. Noodzakelijke skills voor het stellen van generatieve vragen is een onbedwingbare, oprechte nieuwsgierigheid en het durven aangaan van werkelijk contact. Wat me direct brengt bij mijn volgende punt in de kwestie ‘De goeie vragen’. 

Waarom vraag je wat je vraagt. En aan wie?

Ik heb een aantal jaar met ex-gedetineerde jongemannen gewerkt, waardoor ik regelmatig in de gevangenis kwam. De juiste gesprekstechiek beheersen en anticiperen op de mogelijke antwoorden, was dan noodzakelijk. Op een dag vertelde iemand me dat een goede advocaat nooít een vraag stelt waar hij het antwoord niet op weet. Elk antwoord is een stap naar een nieuw verhaal. Elk antwoord is een stap naar een nieuwe vraag. Dit vergeten we continu. Wat ook niet zo gek is, want we zijn niet allemaal advocaat. Toch kan dit advies ons wel degelijk helpen. Vooral… op social media. Daar worden te pas en te onpas vragen gesteld die onnodig (dat vraagt een heel extra blog!), verkeerd getimed of aan de verkeerde persoon gesteld zijn. Vaak gebeurt dit omdat we op social media vooral contact willen.

Aan wíe stel je de vraag? Is de vraag aan de juiste persoon gesteld, of past de vraagstelling helemaal niet bij degene aan wie je het stelt? Als kind weten we allemaal precíes aan wie we moeten vragen of we later naar bed mogen. Je vader of je moeder? Van wie we een extra snoepje mogen. Je vader of je moeder? Van wie we nog even buiten mogen spelen. Je vader of je moeder? Zelfs nu kan ik nog benoemen met welke thema’s ik makkelijker naar mijn vader kan gaan, dan naar mijn moeder. Waarom doen we dit niet ook bij onze vrienden? Of onze collegae? De mensen met wie we dagelijks samenwerken. Waarom hebben we ons zelden verdiept in hun wijze van communiceren? En waarom weten we zo weinig essentiële zaken van ze?  Waarom weten we niet of ze dromen, denkers of doeners zijn? Waarom weten we niet of ze wel of niet van lezen houden, vóórdat we ze tientallen artikelen doorsturen in de mail. Waarom gaan we áltijd uit van ons zelf binnen een samenwerken, terwijl we nèt geconstateerd hebben dat niemand de waarheid in pacht heeft.

Stel dus alléén vragen als je bereidt bent om elk antwoord te ontvangen. Altijd. Wees open. Maar vooral op de onverwachte momenten. Op momenten dat er kwalitatieve aandacht nodig is. Dat kan in vijf minuten bij het koffiezetapparaat zijn. Of in de lift naar de 18e verdieping. Dat kan als je aan tafel wacht voordat de vergadering begint. Dat kan onderweg naar de trein. Dat kan als je buiten een sigaretje rookt. Of wachten moet bij het kopieerapparaat. Echte aandacht vraagt heel weinig tijd. De weerstand die we hebben tegen oprecht contact daarentegen, vraagt veel meer. Maar dat lossen we later wel op. Laten we beginnen bij een simpel begin. De vierde generatie communicatie.

Note: Deze column bevat nog geen links naar essentiële verwijzingen. Dit is door tijdgebrek. Ik voeg ze morgen [26 mei] toe. 

One response to De 4e generatie communicatie: Vragen Stellen.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: