Waarom Pokemon Go de wereld verandert. #1

Het is 36 uur geleden dat ik Pokemon Go installeerde op mijn mobiele telefoon. Vanaf de bank (met een beginnend griepje, maar dat terzijde) leek het me een ‘zeer geschikt’ moment om kennis te maken met deze nieuwe, parallelle wereld. Het werd tijd. Ik wist het zeker. Je kan níet met jonge mensen werken, zonder je – op zijn minst – te interesseren in aspecten van hun leven. Pokemon Go is er één van. Dus, daar ging ik dan… 

Het eerste beeld dat ik te zien kreeg was van een stripfiguur, dat me deed denken aan kapitein Ortego van de Snorkels. Ja, ja. Ik groeide op nèt voor de Japanse Pokemon tv-serie uit 1997. Maar langzaam begon het te dagen. De man vertelde me dat ik Pokemons moest vangen. In allerlei soorten en maten. Oh. En dat ik een held was. Nu al, nog voor het spelletje begonnen was. Dat deed me goed. In stripverhalen begrijpen ze tenminste wat een vrouw horen wil. Daarna moest ik kleding kiezen. Met een haarkleur en een petje. BAM!

Plotseling, toen ik er uit zag om door een ringetje te halen, kwam er een plattegrond van mijn woonomgeving in beeld. Dat was handig! Ik ben twee maanden geleden verhuisd en een overzicht van straten is altijd welkom in Amsterdam. Het was een getekende plattegrond, met mijn getekende ik in het midden. Opeens zag ik een Pokemon. Hij danste heen en weer, heette Charmander en had iets weg van Olie B. Bommels draakje Zwelgje, maar dan in oranje. Ook zag ik een rood-witte bal, waarvan het even duurde voordat ik begreep hoe ik die met een flinke zwieper richting Zwelgje kon gooien. Dit duurde (ahum) een paar uur! Uiteindelijk had ik de juiste zwieper-schwung (lees: oog-hand coördinatie) gevonden en zat Zwelgje veilig gevangen in de rood-witte bal. Ook werd hij afgetekend op mijn Pokedex, een soort elfsteden-stempelkaart, maar dan met 151 verschillende Pokemons er op. Je moet ze allemaal vinden. En vangen. Een beste klus.

De afgelopen 24 uur kreeg ik de smaak te pakken en ving een soort musje, rups, een enge zwarte wolk en een vreselijk boze rat. Ik ving ook een papegaai, valk en een soort varkentje. Allemaal hebben ze moeilijke, magische namen die ik niet onthouden kan. Daarnaast zijn Charmander (Zwelgje voor mij) en ik nu buddies. Wat we daar mee kunnen weet ik nog niet, maar een vriend zei dat het handig was om een buddy te hebben. Dus koos ik hem uit mijn Pokedex. We lopen samen door de parallelle wereld en hebben al 2,3 km afgelegd (zegt mijn plattegrond). Volgens mij krijgen we straks als dank een ei of zo. Een gouden ei dat nog meer kansen biedt.

Want als er iets is dat me nu al duidelijk is, is dat Pokemon Go de wereld kansen biedt. Uiteraard is daar sinds gisteren gedoe met Kijkduin bij gekomen, maar dat komt vast weer goed. Zodra Kijkduin de kansen herkent, net als ik, draaien ze heus bij. Heus.

Pokemon Go brengt je, naast het in rap tempo geactiveerde verslavingshormoon, ook iets prachtigs. Iets wonderschoons zelfs. Dit is waar de sprookjeswereld begint. Alle straten, steegjes, watertjes, slootjes, parken, gebouwen en bruggen van de èchte wereld waarin je woont, staan op de getekende plattegrond. Het is google maps, zonder satelliet beelden. Daarop staat een avontuurlijk stripfiguurtje: Jij. En als de èchte jij door de wereld wandelt, wandelt het avontuurlijke stripfiguurtje mee. Op zoek naar Pokemons. Onderweg kom je blauwe palen tegen, die ze ‘Pokemon stops‘ noemen. Je haalt hier nieuwe magische ballen, om de Pokemons mee te vangen.

Maar de Blauwe Palen laten zijn geplaatst bij speciaal gekozen plaatsen. Ze laten allemaal een foto uit de èchte wereld zien. Een werkelijk bestaand ‘ding’ in onze maatschappij, dat iemand gecreëerd heeft. Het zijn monumenten, graffiti, kleine onopvallendheden, standbeelden en fonteinen. Het zijn ornamenten en kozijnen. Speeltuinen en bruggen. Het is fan-tas-tisch! Ik dacht dat ik mijn stad kende, maar vergeet het maar. Er gaat – gegarandeerd – een nieuwe wereld voor je open.

Vanmorgen had ik extra geluk. 

Een paar uur per week geef ik namelijk Nederlands aan pubers op een VMBO. En tot mijn grote vreugde was dat vandaag.Vandaag gaan jullie mij les geven.’ begon ik opgewekt. ‘Ik heb gisteren Pokemon Go gedownload’. Er klonk een luid gelach, dat ik grootmoedig ontving. Van de twintig leerlingen blijken er twaalf jongeren Pokemon Go te spelen. Acht leerlingen doen niet mee. Hun argumenten?

  1. Het neemt teveel MB, dan is de internet bundel zo leeg.
  2. Het spel neemt teveel batterij voorraad.
  3. Het geheugen van de telefoon heeft niet genoeg ruimte.

Geen van allen koos er om inhoudelijke redenen niet voor, wat ik opvallend vond. Eén jongen in de klas vertelde met trots dat hij een ‘hacker’ is. Wat, naar eigen zeggen, inhoudt dat je allerlei illegale dingen doet. En dat houdt dan weer in dat je opeens in Amerika kan wandelen en daar Pokemon speelt, op het account van iemand anders. Toen ik vroeg wat daar illegaal aan was, bleef het antwoord onduidelijk, dus hier komen we nog op terug…

In de twintig minuten die we daarna over Pokemon spraken, leerde ik meer dan in weken.

Ik leerde hun humane kant kennen. Dat ze het belachelijk vonden als er een ‘Pokemon Gym’ op een begraafplaats was (‘En dat was er, mevrouw. Want ik woon er vlakbij. En dat kan toch niet!?’).

Ik leerde hun organisatietalent kennen. De economische kansen die ze voor Kijkduin zagen, als Pokemon hoofdstad van Nederland (‘Ze kunnen ook een poortje bouwen mevrouw, dan moeten die mensen betalen als ze naar dat strand willen.’).

Ik leerde hun sociale kant kennen, toen ik voorstelde om lesuren te vervangen voor een paar uur Pokemon per week. Dat vonden ze oprecht heel eenzaam (‘Want het is ook belangrijk dat je mensen spreekt, mevrouw. En met Pokemon loop je heel alleen‘). En het grootste dat ik leerde was de vanzelfsprekendheid waarmee digitalisering, volgens hen, ons globaal mooie kansen biedt.

En natuurlijk wist ik dit alles al. Maar bevestiging krijgen van de praktijk is belangrijker dan iedere theorie. Pokemon gaat niet enkel over een magische wereld vol dierlijke stripfiguren. Pokemon gaat over de toekomst. Het gaat over een verbinding tussen techniek en de wereld. Een wereld die je brein mogelijkheden biedt waarvan je tot voor kort het bestaan nog niet kende. Pokemon opent die wereld. Niet alleen voor slimme, intelligente ‘nerds’. Maar voor ons allemaal. En enkel om die reden maakt dat Pokemon veel belangrijker dan we denken.

Het opent die onbegrensde, digitale en technische wereld. Voor alle mensen. Waar kansen liggen die we gisteren nog niet zagen, omdat we ze niet kenden. Als blijkt dat vooral onze jongeren op dit moment die kansen al ontdekken – eenvoudig weg door achter tekenfiguurtjes aan te wandelen en ze te vangen met een magische bal – dan zijn wij, als volwassenen, te laat als we het idee vast houden dat het ‘nog wel meevalt‘ met digitalisering. Dan zijn wij de rem op hun toekomst. En dat mag níet gebeuren. Zeker niet in het onderwijs, dat een afspiegeling van onze samenleving hoort te zijn…

‘Mevrouw’, vroeg één van mijn leerlingen vanochtend. ‘Waarom heeft u Pokemon? U bent toch al volwassen?’. (slechts 13% van de mensen boven de 34 jaar speelt het spel). ‘Omdat ik wil snappen wat jullie doen.’ antwoordde ik. De jongen keek me aan en schudde lachend zijn hoofd. ‘Wel mooi’. Toen gaf hij me een hand, knikte en zei ‘Tot volgende week’.

 

Dit blog is onderdeel van een serie blogs over digitalisering in het onderwijs en Pokemon Go in het bijzonder. 

 

screenshot_20160929-162816 screenshot_20160929-080403 screenshot_20160929-211102 screenshot_20160929-222950
screenshot_20160930-185147

 

 

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: