360 bloggers en één prijs.

 

Voordat je ergens aan begint loont het altijd om te kijken of een ander het al gedaan heeft. Niet zodat je daarna weet hoe je het beter doet, maar omdat je het dan niet nogmaals hoeft te doen. Het werkt veel effectiever als je een ander versterkt, dan het copy-paste-principe toe te passen en er zelf nog drie keer overheen te pissen. Buitengewoon ineffectief. 

Om die reden snuffelde ik twee maanden lang op internet rond om te bekijken wat er al was in het onderwijsveld. Kijk, een jaar of tien geleden had ik mezelf beloofd niets meer met het onderwijs te maken willen hebben. I know. Behoorlijk rigoureus. Maar ik was klaar met de traagheid. Met alle respect, als je met z’n allen zo vaak over beslissingen heen wilt plassen zonder naar logica en pragmatisme te kijken, dan doe je niet alleen jezelf tekort, maar de sector ook. Dus stapte ik over naar de zorg (u mag nu lachen), waar ik hetzelfde tegen kwam. Conclusie: sociale domeinen praten te veel en doen te weinig. Toen werd ik ondernemer. Dat ging tenminste op mijn eigen tempo.

Nu ben ik tijdelijk even terug. Om te onderzoeken. En deels om op te lossen wat me toen weg gedreven heeft. Eerst was dat wat schoorvoetend, maar komaan! Als het dan toch onvermijdelijk is, dan maar vol er in. Vallen doen we toch wel onderweg.

Zo ontdekte ik onlangs dat er een prijs was uitgeschreven door de Onderwijsraad voor het beste educatieve blog van 2017 (leuk feitje is dat ze deze wedstrijd uitschreven in de zomer van 2016). De Onderwijsraad is een adviesorgaan dat gevraagd en ongevraagd advies geeft aan de regering en de Kamers. Er zitten dertien mensen (op persoonlijke titel) in de raad en er werken zeventien mensen bij het secretariaat. Ik heb ze een paar keer gebeld en ze zijn enorm vriendelijk en behulpzaam. Persoonlijk vind ik het een briljante uitvinding – een adviesraad die gevraagd en ongevraagd advies geeft. Ik stel me dan die twee oude mannetjes voor, op het balkon van de Muppetshow, die de hele show door zaniken en zeiken en om al hun eigen bevindingen in een deuk liggen. Wat zal je dan een heerlijk leven hebben! Wellicht niet toevallig dat er inderdaad veel oudere mannen in de onderwijsraad zitten (negen mannen en vier vrouwen).

Maar goed, de Onderwijsraad schreef een wedstrijd uit. De eerste Nederlandse overheid-onderwijs-blog-wedstrijd. Ze maakten daar zelf ook een grapje van, door te benadrukken dat ze wat laat waren aangezien wikipedia vertelde dat het eerste webloguit 1997 stamde (dit was enkel het woord ‘weblog’ – gepubliceerd werd er al vanaf 1994). En, ze beloofden ook nog €1.500 te geven aan de winnaar. De tijd die je had om iets in te sturen was ook ruimschoots genomen (zo ongeveer de hele herfst). Oh, en er mochten ook vlogs en podcasts ingestuurd worden. Mooi!

Maar daarna ging er kennelijk iets mis met de wedstrijd: De onderwijsraad ontving 31 inzendingen, waarvan 1 vlog. Wellicht dat dit in samenlevingen als Liechtenstein en Monaco een prima doorsnede van het aanbod zou zijn geweest, maar in Nederland ligt dat net iets anders.

Een kort onderzoekje leerde me dat wij hier circa 360 geregistreerde educatieve bloggers hebben. De mensen die ik ken staan daar nog niet eens bij, dus maak er voor het gemak maar 500 van. Daarnaast zijn er tientallen platforms op social media (facebook) waar onderwijsprofessionals samen komen om inspiratie, visie en innovatieve werkvormen uit te wisselen. De groep ‘Leerkrachten Lager Onderwijs’ bestaat uit ruim 13.000 mensen. ‘Bovenbouwwereld gr. 5-8‘ heeft bijna 8.000 leden en de groep voor onderbouw net zo. Wat na een tijdje rondscharrelen op social media ook opvalt, is dat er binnen het grote geheel kleinere netwerken bestaan die zich lijken te verbinden aan de hand van een boek, een vak (met name voortgezet onderwijzenden) of bestuurlijk. Bij de laatste focussen de netwerken zich dan vooral op een klacht tegen de overheid (bijv over volle klassen, lerarenregister, salaris, toetsen of resultaatgerichtheid.) Voor wie een cursus klagen zoekt is het onderwijs een fantastische leervijver! Maar – belangrijke note – oplossingen en positiviteit zijn er dus ook genoeg! Het ligt aan je focus. Dan zijn er ook nog de onderwijsvernieuwers die zich voornamelijk buiten het systeem bewegen en opereren vanuit het principe ‘stop fighting the existing reality, build a new model’. Zij creëren leeromgevingen waarbij ze buiten de overheid om werken en ontdekken wat wel en niet effectief is.

Kortom: Er is absoluut geen tekort aan verhalen.

Hoe kan het dan dat de Onderwijsraad bij zoiets aardigs de verbinding niet vond en slechts 31 inzendingen ontving?  Ik vind dit een complexe vraag. Vooral omdat ik geen aannames wil doen en daarnaast geen beeld heb van de relatie tussen de Onderwijsraad en ‘het veld’, zodat ik een inschatting kan maken over de eventuele uitkomst. Een relatie is namelijk altijd de belangrijkste indicator van het succes van een project. Dit kan een denkbeeldige of werkelijke relatie zijn (denk maar aan popsterren die echt niet al hun fans kennen, maar wel de juiste keuze maken op het moment van interactie tijdens een concert of interview). Het beeld dat mensen van je organisatie hebben is essentieel voor de keuze die ze ver in de toekomst over je gaan maken. Het vlinder-effect.  Wat zou de Onderwijsraad in het verleden hebben gedaan waardoor er nu nog niet eens 1% van het aanbod resoneert met hun handreiking? Lang hoef ik niet te zoeken, want het antwoord ontvang ik op een presenteerblaadje in het juryrapport. 

De jury schrijft het volgende: De blogposten met ongetwijfeld waardevolle praktische tips en adviezen voor de collega’s in de onderwijspraktijk hebben we terzijde gelegd. Ze ontberen een kernvoorwaarde om in aanmerking te komen voor de prijs: het aanzetten tot discussie, of op zijn minst tot nadenken. Dat je je als lezer gaat afvragen: welke visie hang ik aan, en is het waar wat er in die blog geschreven staat? 

Bij het samenstellen van een longlist en vervolgens de shortlist van de zes genomineerden hebben we vooral gekeken naar originaliteit, onderbouwing en het potentiële debatgehalte. Wat dat laatste betreft zagen we bij veel inzendingen een misverstand. Als bewijs voor interactie noemden inzenders niet zonder trots de aantallen ‘views’ en de keren dat de blogpost door anderen gedeeld was. Hoe verdienstelijk ook, dat zegt nog niets over de mate waarin lezers inhoudelijk gereageerd hebben. In die zin hebben veel inzendingen een karaktertrek van het onderwijs: de leraar vertelt de leerling hoe het in elkaar zit.’

Wauw.

Ik heb het een paar keer moeten lezen om het te geloven. Geen grap. Daarna heb ik het een aantal anderen laten lezen, het zou immers zo maar aan mijn begrijpend-lezen-vaardigheden kunnen liggen. Maar, die interpreteerden deze tekst hetzelfde als ik. Wauw. Sprakeloos was ik hiervan. Daarna werd ik boos. Ik vind het een pretentieuze, aanmatigende, chargerende en enorm onaardige tekst. Die bovendien van weinig realiteitszin getuigd. Misschien vind ik dat laatste nog wel het ergste. Want als je iets naars schrijft over iemand die naar is, dan heb je nog een punt. Maar dit korte stukje tekst laat een beeld van onderwijsprofessionals zien dat allerminst klopt. Sh*t. En ik had nog wel bedacht dat ik geen aannames zou doen. Los van wat het bij me oproept (want, laat ik dat overlaten aan jou, lezer), kloppen de feiten niet en daar kan ik natuurlijk heus wel even naar kijken.

Het juryrapport zegt dat het aantal views en delen niets te maken heeft met de mate van interactie van lezers. Hier zitten ze wat mij betreft naast. Het bewijs dat er interactie op een blog plaatsvindt ligt juíst in de aantallen views en de keren dat het gedeeld is. Echter, de dialogen vinden voornamelijk op social media en in het echte-leven plaats bij het koffieapparaat plaats en niet in de opmerkingen ónder een blog. Het delen en ‘liken’ zegt álles over de mate waarop lezers inhoudelijk gereageerd hebben. Persoonlijk zet ik zelf vaak zelfs de reactiemogelijkheid uit, omdat ik weet dat dialoog effectiever is daarbuiten. Dus vanuit deze logica bekeken: Als (A) een blog veel (B) gedeeld en geliked wordt, dan roept dat (C) veel reuring en beweging op. Les 1. in de serie ‘Hoe vertel ik mijn verhaal in de digitale wereld?’. Maar, dit uitleggen heeft weinig zin lees ik in het juryrapport, omdat iedereen met een andere mening gezien wordt als iemand die een ander vertelt hoe het zit. Wauw.

Wat me daarnaast inhoudelijk verbaasd is de projectie die er gedaan wordt. Ook is de competentiemethodiek hen vreemd. Sinds wanneer mag je niet meer trots zijn als je verhaal vaak gelezen is? Een eigen mening zet áltijd aan tot discussie en nadenken. Iedere visie is ontstaan omdat íemand er op een bepaalde manier over nadacht. Dat is de kern van een visie.

Ik begrijp dit niet. Oprecht niet. Zonder cynisme en ironie te willen bewerkstelligen, begrijp ik dit echt niet. Waarom betalen wij als land heel veel geld aan een Onderwijsraad (sinds 1919), waar dertig mensen werken die de mensen in het onderwijsveld helemaal niet aardig lijken te vinden? Want, wat ik nog even niet verteld had was dat dit juryrapport uit drie blaadjes bestaat vol ‘ja maar’ er in. Aan de hand van 31 inzendingen. Dus nu rijst bij me de nieuwe vraag: Wat brengt de Onderwijsraad waar we ècht niet zonder kunnen? De reacties zet ik open.  ;)

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: