Wie helpt Anna?

Ik kan niet zeggen dat het aan me voorbij is gegaan, want natuurlijk heb ik het meegekregen. Ik heb het alleen zo lang mogelijk genegeerd in de hoop dat het vanzelf over zou gaan. Maar dat deed het natuurlijk niet: De combinatie van de Transitie Jeugdzorg met die van het Passend Onderwijs. 

Voor wie niet weet wat dit is, een korte handleiding: Op 1 augustus 2014 ging het stelsel voor Passend Onderwijs van start. Dit houdt in dat alle gemeenten en scholen hun best moeten doen om alle leerlingen in het regulier onderwijs te plaatsen. Een ingewikkelde opgave, aangezien mensen allemaal verschillend zijn en verschillende behoeften hebben. Scholen die zich bijv. in REC2 bevinden (auditieve- en spraak-taalproblematiek) kunnen niet ineens alle kinderen naar een horende school sturen. Dit geldt ook voor REC1 (blind en slechtziende kinderen). Zij hoeven dus niet mee te doen in het Passend Onderwijsstelsel. Alle andere scholen komen in zgn ‘samenwerkingsverbanden’ terecht. Dit zijn groepen scholen die gezamenlijk onderweg gaan. Ze moeten elkaar helpen vanuit hun expertise en maken afspraken. REC3 (verstandelijk beperkte en chronisch zieke leerlingen) en REC4 (leerlingen met gedrag- en psychiatrische problematiek) blijven zelfstandige scholen, maar moeten wel mee in het samenwerkingsverband (in het PO zijn in totaal 77 samenwerkingsverbanden. In het VO zijn dat er 75. Op een totaal van 7700 scholen).

Een reguliere school krijgt hiermee een extra zorgplicht.

Voorheen vroeg een reguliere school een ‘rugzakje’ (leerling gebonden financiering) aan, werd er een indicatie van de problematiek gemaakt en hulp ‘ingekocht‘ of de leerling ging naar een school die over de expertise beschikte om hierin te helpen. Nu moet de reguliere school dit allemaal zelf doen. Het geld komt binnen bij het samenwerkingsverband. En wordt van daaruit verdeeld. Zorg koopt een samenwerkingsverband via de gemeente in bij de zorgsector.

Et voila! Daar kwam de wet om de Transitie Jeugdzorg om de hoek kijken. Vanaf 1 januari 2015 krijgt de gemeente de volledige verantwoordelijkheid van de uitvoering van de gehele jeugdzorg. Het idee erachter is dat er meer eigenaarschap gaat naar de jongere en het gezin, door het inzetten van hun sociale netwerk (dit kenden we al onder het idee van ‘eigen kracht conferenties‘). We hebben het dan ook over jeugdbescherming, – reclassering, hulp voor jongeren met een licht verstandelijke beperking. Die monitoring en verantwoordelijkheid ligt nu bij de gemeente.

Op papier ziet het er briljant uit (als je wijs wordt uit al die clausules, mitsen, maren en toevoegingen). Wat zeg ik, meer dan briljant. Naadloos sluit het aan bij het idee om decentraler te werken en meer regie in de regio te leggen. Ideeën die ik in de regel erg aanmoedig en toejuich. Maar dan moet het wel kloppen, en daar ging het hier even mis. Want, het enige dat ze er bij de implementatie vergeten waren bij te vertellen was een DIY (Do It Yourself) handleiding. Zo’n simpele. Van de IKEA. Eentje met plaatjes wellicht. Waar je op de eerste bladzijde al kan lezen met hoeveel poppetjes je dit plan uit moet voeren om het te laten lukken. En hoeveel schroefjes je krijgt en welke instrumenten je nodig hebt. Een overzichtelijk geheel. Waar de planners onder ons gewoon taken aan kunnen verbinden, de doeners rust en overzicht door ervaren en de dromers mee kunnen dwarrelen en zich focussen op de sfeer van het proces. Zoiets had ons allen denk ik erg goed gedaan.

Maar beleidsmakers denken niet in IKEA handleidingen. 

En dat is een beetje jammer. 

Ze hebben er bovendien nog een venijnig dingetje aan toegevoegd. Iets dat ik ze kwalijk neem, omdat het wat mij betreft in de categorie ‘misleiden‘ valt. Ze vertellen je in de handleiding namelijk niet alleen wat je gaat maken (kijk, dit wordt een kast en dit een tv-meubel), maar ze hebben ook gezegd hoeveel spijkers je móet gebruiken en hoeveel planken er in moeten zitten. Hoe je het doet mag je helemaal zelf weten, als je maar wel zorgt dat er precies die bestandsmiddelen in zitten die zij verwachten bij een kast of een tv-meubel.

En zo krijg je hele rare situaties. 

Dit heet schijnvrijheid in mijn wereld. Een voor-spek-en-bonen-eigenaar ben je dan, die voor het oog zijn eigen kast mag timmeren, maar wel opgedragen krijgt (zónder plaatjes) hoeveel spijkers hij moet gebruiken.

Dit leidde naar situaties waar bijvoorbeeld samenwerkingsverbanden geld gingen sparen (ja, echt!) – je weet immers nooit wanneer je weer wat krijgt en docenten acties beginnen omdat ze geen vrijheid ervaren en die toch schijnen te hebben zolang ze maar met 24 schroefjes die kast perfect in model krijgen (‘geregelde ruimte‘ heet dat). Maar hoe je het ook went of keert, wij redden ons wel. Want wij zijn volwassenen in het veld. Kunnen feedback geven en weglopen als het moet. We kunnen situaties reconstrueren, herschrijven, hertekenen en herinrichten. We kunnen zelfs boos worden als iemand ons dwingt iets te doen dat we niet willen, en dan kunnen we vechten of weggaan. Maar in welke rampzalige situatie je als volwassene ook belandt – We kunnen iets doen. We hebben regie. (al lijkt dat op sommige plekken voor spek-en-bonen).

Maar Anna kan dat niet. 

Anna is ondertussen achttien en groeide op in een gezin met een huis dat er uit zag als een poppenkast. Met een vader die rode adertjes kreeg als hij kwaad werd. Met rode strepen aan de binnenkant van haar armen. Dankzij de scherpte van de passerpunt. Anna werd overal gezien, maar nergens gehoord. Haar ouders werden ‘empowered’, zoals dat in het nieuwste beleidsplan heet. Kregen coaching. Maar Anna kreeg geen knuffel op datzelfde moment. Anna werd een nummertje in de kaartenbak van het systeem. En ik weet zeker – ik weet zeker dat elke hulpverlening die Anna ontmoet heeft, liefdevol contact met haar wenste. Dat elke hulpverlener positieve intenties had. Net zoals elke docent die ze tegen kwam. Elke huisarts. Elke schoolarts. Elke schoolmaatschappelijk werker die er op haar pad. Elke buurvrouw. En de buurman. Lieve mensen van de dagopvang. Of zelfs die van de crisisopvang toen het mis ging.

Maar al die mensen. Die volwassenen. Keken de verkeerde kant op, op het moment dat ze met de passerpunt haar armen verwonde. Keken de verkeerde kant op als haar ouders schreeuwden. Keken de verkeerde kant op toen ze hulp nodig had. Omdat ze geloofden in de aanpak van het nieuwe systeem. Bovendien hadden al die professionals ook een privé leven, waar dingen in gebeuren die je soms van ver niet aan ziet komen. Al die docenten en hulpverleners konden soms niet blijven. Want de gemeente besloot dat het geld opeens ergens anders heen moest. En bovendien had het visionair beleidsplan strikt gezegd dat er vanuit de ‘eigen kracht’ gekeken moest worden. Dat de ouders in regie moesten. En dat die empowerment moesten hebben. Anna werd beleidsmatig ‘vergeten‘. Een lijdend voorwerp dat na de komma kwam.

Een ideaal idee op papier.

Leuk bedacht. Geniaal wellicht, ik weet het niet. Tijdens de begeleiding van een inspiratiedag van een samenwerkingsverband ergens in Nederland leerde ik Anna kennen. Haar verhaal stond op film en liet een ijzige stilte achter in de zaal. Ik wou dat ze bij ons was geweest die middag. Dat ik haar thee had kunnen geven. En we naar haar konden luisteren. Zodat we nieuwe vragen konden stellen. Over wat ze nodig had en of we iets zouden kunnen doen, waardoor we haar weer zouden zien lachen. Maar Anna was er niet. Wij moesten het zelf bedenken. Wij, dat was het samenwerkingsverband samen met heel veel slimme, goedwillende en aardige mensen van de gemeente en de zorg in de regio.

Ik hoorde een aantal keer een opvallende zin. Een zin die raakte en bij me bleef. Ik kende de tekst nog niet, maar had de titel van een IKEA handleiding kunnen zijn: ‘Het geld moet de leerling volgen’, zeiden een aantal mensen als antwoord op de vraag van dat bundeltje geld dat nu heen-en-weer swiepert binnen de gemeente. Behoorlijk IKEA-like, vond ik. Simpel in de kern. Je pakt een zak geld, zoekt een leerling (of een willekeurige jongere), je verbindt ze op zo’n esthetische manier dat zelfs Scandinavië er blij van je wordt en je laat los om op een afstandje te gaan kijken of het werkt.

Lijkt mij niet zo ingewikkeld. Maar waarom doen we het niet? Waarom gaat er geld verloren aan tientallen beleidsmedewerkers bij de overheid die woorden moeten typen, aan tientallen operationele lijnen, aan tientallen hulpverleners en docenten? Aan het wiel dat uitgevonden wordt voor mensen die niet kunnen rijden. Terwijl we eigenlijk gewoon alleen maar Anna  hoeven te helpen. We zijn enkel bezig werk te genereren waarmee we ons eigen leven overeind houden. Hartstikke leuk hoor, maar we helpen Anna daar niet mee. Die staat ergens in een weiland nu te overdenken hoe ze, zonder geld, uit deze puinzooi raakt.

Dus. Wie helpt Anna? 

 

 

 

 

 

 

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: