Van Onderwijsvakbond naar Verzekeringsmaatschappij.

*Leestijd: 8 minuten* 

*Note. In dit artikel bespreek ik enkel de context bekeken vanuit het onderwijsveld.*

Ik leef, zolang ik me heugen kan, in de volste overtuiging dat als je in nood zit, er altijd iemand is die je helpen zal. Nou heb ik de mazzel dat dit ook al veertig jaar het geval is, dus er zal heus wel enige relatie zitten tussen mijn gedachte en de praktijkervaring. Sommige mensen zullen dit naïef vinden, of misschien denken dat ik nog nooit werkelijke problemen heb gekend. Anderen zullen knikken en het beamen, of er vanuit een pragmatische levenshouding weinig aandacht aan schenken. Het mooie van samen-leven is dat we er allemaal anders naar mogen kijken. Pas als iets de huis-tuin-en-keuken-logica overstijgt is het handig om daar, wat mij betreft, een collectieve keuze in te maken.

Nu heb ik in die veertig jaar dus nog nooit een vakbond om hulp hoeven vragen. Wel heb ik de rechtswinkel meerdere malen aan de telefoon gehad, bij advocaten aan tafel gezet (betalend en gratis) en ik heb zelfs wel eens op persoonlijke titel een rechtszaal van binnen gezien. Maar een vakbond? Nee. Die stonden nog niet op mijn save-my-life-lijstje.

Tot afgelopen week.

Dankzij de tunnelvisie die ik de afgelopen maanden op het onderwijs heb, kom ik vragen en situaties tegen waar ik regelmatig met klapperende oren naar sta te kijken. Nu hoorde ik vorige week van een situatie waarin startende leraren hun contract zien eindigen op de laatste schooldag van het jaar en pas weer in gaat op de eerste dag van het nieuwe schooljaar. Hierdoor ontstaat er een ‘inkomensgat’ van zes weken. Dit speelt vooral als je naar een andere onderwijsstichting gaat, of zelfs naar een andere school binnen dezelfde stichting. Sommigen nemen een bijbaantje in de kinderopvang om dit op te lossen, anderen vragen voor zes weken een ww-uitkering aan. Maar een ontspannen (en nodige) vakantie is er dus niet bij. Iemand zei me dat het in de CAO Primair Onderwijs staat, dus ik de CAO doorspitten, maar ik kon niks vinden. Een uitgelezen situatie om een vakbond op te bellen! Ik koos lukraak de AOb (een fusie tussen de ABOP en NGL), die aangesloten is bij de FNV. 

Automatisch bandje: Hallo, welkom bij ons. lidnummer? Vul dat in. Heb je dat niet, kies dan een 2.

Ik: 2.

Auto bandje: Hallo, welkom bij ons. Wij doen dit en dat. U kunt via onze website lid worden. Wilt u iemand spreken over zus en zo, kies dan een 4.
Ik: 4.
Telefonist: Hallo
Ik: Hallo, ik sta voor de klas, een klein beetje, slechts 1 dag per week en ik ben ook geen lid van jullie, ja, wel een kennismakingspakket, dat is omdat ik jullie even wilde leren kennen. Maar in die hoedanigheid bel ik nu niet. Ik bel nu voor zus en zo.
Telefonist: Dat is een mooie vraag, ik weet dat ook niet. Ik verbind je even door.
Auto bandje: Er zijn vijf wachtenden voor u. U kunt lid van ons worden via onze website. Dat kost u netto €10 per maand.

Meneer: Hallo, waar kan ik u mee helpen.
Ik: Hallo, ik heb een vraag over de CAO. Daar schijnt iets in te staan dat ik nergens terug kan vinden. Over tijdelijke contracten in het PO die stoppen op de laatste dag voor de vakantie en dan pas na de vakantie opnieuw ingaan. Ik weet niet beter dan dat een schooljaar van 1 augustus tot 1 augustus loopt?
Meneer: Dat staat niet in de CAO hoor.
Ik: Nee hè, dacht ik al. Maar hoe kan dat dan? Dat is toch heel onvriendelijk als een bestuur dat doet. Ik las het en schrok me een hoedje.
Meneer: Heel eerlijk… Grosso modo (*die uitdrukking moest ik googlen*) regelen de meeste besturen dit goed.
Ik: Maar proef ik goed dat het ook wel eens zo gaat als wat ik hoorde?
Meneer: ….

Ik: Is het nieuw wat ik u vraag of kent u het gegeven?
Meneer: Ik ken dit inderdaad. Ik krijg wel vaker deze situatie te horen.
Ik: …
Meneer: Maar als u lid bent van ons, dan..
Ik: Nee, het is echt niet voor mij! Ik las het op social media en schrok er van. Dat kán toch niet waar zijn!

Meneer: Als ze lid zijn dan moet u even tegen ze zeggen dat ze hun contract scannen en mailen naar ons. Dan kunnen we helpen.
Ik: En als ze niet lid zijn…?
Meneer: U moet het zo zien, als u geen inboedelverzekering heeft en uw huis brandt af…
Ik: Haha!
Meneer: …u begrijpt het al.
Ik: En u moet ook betaald worden natuurlijk.
Meneer: Ja, wij doen dit ook niet gratis.
Ik: Maar jullie zijn dus meer een verzekeringsmaatschappij dan de huisarts.
Meneer: De huisarts?
Ik: Ja, de huisarts. Die helpt gewoon mensen in nood.

Het kostte me twee dagen om deze informatie op een redelijke manier te verwerken. Mijn hele beeld van vakbonden was volledig omver geblazen. Het ongeloof won het uiteindelijk van lijdzame acceptatie, waardoor er niets anders op zat dan het nog meer uit te zoeken. Zijn er echt duizenden mensen zó onhandig bezig dat ze gezamenlijk miljoenen euro’s weg geven aan organisaties die enkel aan ruilhandel doen en helemaal niet helpen, of zie ik het zelf verkeerd?

EERST EVEN EEN BLIK OP DE GESCHIEDENIS. 

Er zijn in Nederland tientallen vakbonden (wat mijn cynische brein ondertussen heel goed begrijpt). Ze zijn ontstaan ten tijde van de industrialisatie in de 19e eeuw. Er kwamen in die tijd zoveel fabrieken bij, dat de arbeiders zich soms behandeld voelden als een sardientje in een blikje. Lange werkdagen, slechte omstandigheden en een laag loon, waren oorzaak van de noodzaak om als arbeiders een gezamenlijke vuist te maken tegen de ‘hoge heeren’ die de dienst uitmaakten. Hier moest iets aan gedaan worden. En kijk, de oprichting van de vakbond was een feit!

De eerste vakbeweging in Nederland werd in 1837 opgericht in Breda, bij een drukkerij. Het was nog geen landelijke bond, maar het bewustzijn van collectiviteit groeide hierdoor wel, wat maakte dat er een kettingreactie van vakbewegingen ontstond. Dit leidde in 1866 tot de eerste landelijke vakbond van Typografen.

Zoals met bijna alles, is de intentie van een vakbond dus best een goede. Het doet me zelfs denken aan de vele bottom up gecreëerde communities die we in deze tijd zien ontstaan. De enige wens van de arbeiders in de 19e eeuw was een gelijkwaardige en rechtmatige behandeling, bekeken vanuit een gezond arbeidsperspectief. Zeer terecht!

Echter, zelfs in de 19e eeuw was de wekelijkse contributie om lid te zijn van de vakbond al aan de hoge kant. De salarissen waren laag en arbeiders moesten een korte of lande termijn afweging maken. Omdat het evident was dat je tijdens een staking geen inkomsten had, had lid zijn van een vakbond in die zin ook financiële consequenties.

TERUG NAAR VANDAAG.

Met alleen een observatie van de AOb kom je nergens, dus besloot ik er een dagdeel voor uit te trekken en flink op onderzoek te gaan. Dat heb ik geweten… Na de AOb koos ik voor een telefoongesprek met de CNV Onderwijs.

CNV Onderwijs: Ze hebben 52.000 leden.  Die betalen maandelijks €18,30 bruto/€10.98 netto per maand. Als je CNV belt, dan vraagt het automatische bandje of je je postcode en huisnummers in wilt typen. Hier schrok ik zo van, dat ik onmiddellijk heb opgehangen. Ik heb nog niemand gesproken en ze willen nú al van alles van me weten. Toen ik bijgekomen van de schrik voor de 2e keer belde, heb ik het bandje genegeerd en kwam bij een levende stem terecht. Dat bandje kan je dus negeren.

Ook hier bleek dat ik niks mocht vragen als ik geen lid was. Maar ook hier kwam ik in een prettig gesprek terecht waarin de telefonist erg hard zijn best ging doen om mij iets te verkopen. ‘Als u lid bent, dan bent u verzekerd van hulp’, zei de jongen. Maar zijn jullie dan eigenlijk een verzekeringsmaatschappij?’ vroeg ik. Een nogal logische constatering na zijn eigen uitspraak. ‘Nee’, zei hij.

Nee. We zijn een bron van informatie waar je op elk moment gebruik van kunt maken. Het is een bron van kennis. […] Maar. Ja, zo zou je het eigenlijk wel kunnen zien. Het is inderdaad eigenlijk wel hetzelfde als een verzekering. Soms gebruik je het een jaar niet, maar als er nood is, dan kan je hulp halen en en kan je er gebruik van maken.’ … ‘Ik mag u wel doorverbinden om één vraag te stellen in ruil voor een informatiepakket.‘, zei hij toen weer, dus zei ik: ‘Doe maar’. Even had ik het gevoel dat ik bij Weekend Miljonairs op de kruk zat en op het punt stond mijn enige telefonische hulplijn in te zetten. Vervolgens kwam ik bij een specialist terecht die me meer dan fantastisch te woord stond en werkelijk op onderzoek ging naar het antwoord op de vraag. Na 36 minuten aan de telefoon hing ik met het juiste antwoord weer op. Nu zit ik alleen nog met een, in mijn maag gesplitst, informatiepakket.

Toen de UNIENFTO. Ik heb een natuurlijke weerstand voor complexe lettercombinaties, dus heel enthousiast werd ik hier niet van. De UNIENFTO is op 1 januari 2006 ontstaan door een fusie van twee bestaande bonden: de UNIE (vakorganisatie voor BVE-veld en voortgezet onderwijs) en de NFTO, een vakbond voor het HBO-personeel. Hun website vertelt niet hoeveel leden ze hebben en ze hebben een net zo complex contributie-model als hun naam, waardoor ik me niet heel uitgenodigd voelde. Contact opnemen kan enkel via het contactformulier, maar daarentegen staan wel mooi alle mobiele telefoonnummers van de bestuursleden op de website. Even heb ik getwijfeld of ik ging bellen, maar het was me teveel moeite.

En dan nog het LIA (Leraren in Actie). Specifiek voor leraren in het Voortgezet Onderwijs. Ze hebben 985 leden. Je wordt lid voor €8 per maand. Dat zal wel netto wezen, net als bij de rest. En je krijgt een rechtsbijstandsverzekering, net als bij elke andere vakbond. Met een nieuwsbrief, in tegenstelling tot de anderen die allemaal een vakbondblad hebben. Ook zij zijn alleen via mail bereikbaar, maar omdat de website iets meer reuring laat zien, komt het levendiger over dan de UNIENFTO. Bovendien hebben ze een forum pagina waar de community vragen en antwoorden kan delen (en dat ook doet!). Een extreem groot onderscheid tussen LIA en de andere vakbonden is dat LIA ontstaan is vanuit een actiegroep gedragen door leraren en nog steeds in die hoedanigheid functioneert. Alle bestuursleden staan voor de klas en de vakbond heeft nog steeds de statuur van een bottom-up ontstane community. Ik vraag me alleen nog af wat ze met €8,- per maand moeten (want een individuele rechtsbijstandsverzekering heb je al voor €5 per maand en een collectieve levert je absoluut nog eens de helft aan korting op).

En nèt toen ik dacht dat ik er was. Nèt toen ik aan de oplossing van de puzzel dacht te kunnen beginnen, ontdekte ik een partij die ik over het hoofd gezien had: De vakverenigingen. 

Mijn God. De vakverenigingen. Verenigingen voor wiskundeleraren, verenigingen voor natuurwetenschappen, verenigingen voor levende talen, verenigingen voor schooldecanen, verenigingen voor schoolmuziek, verenigingen voor lichamelijke opvoeding, verenigingen voor… Je begrijpt de strekking neem ik aan. En die vakverenigingen zijn gebundeld in een overkoepelend orgaan van 43 vakverenigingen verdeeld over acht sectoren, de CMHF genaamd (van de sector onderwijs zitten er elf vakverenigingen in de CMHF). De vakbond waar de elf vakverenigingen samenkomen is de FvOv (Federatie van Onderwijsvakverenigingen). Ze hebben 34.000 leden. Just for the record. Wat daarbij ook meteen mag worden opgemerkt is, dat als je dus lid wordt van een vakvereniging (gemiddeld zo’n €75,- per jaar), je meteen vast zit aan je stilzwijgende sponsoring van de FvOV. Persoonlijk vind ik dit nogal een naargeestig dingetje, maar het wordt me onderhand duidelijk dat we in onderwijsland smijten met geld op de verkeerde plaatsen, dus dit kan er ook nog wel bij.

Je mening geven en gehoord worden, is een grondwet in Nederland. Niet iets waar je voor moet betalen! Dat we ons systeem zo ingericht hebben, op deze manier met elkaar omgaan en dat we dat tegelijkertijd ook nog allemaal rustig accepteren, vind ik onbegrijpelijk. Natuurlijk snap ik dat dit een effect is van het verleden.

Begin 20ste eeuw zaten we in Nederland met een verzuild systeem en vakbonden die op religieuze gronden gescheiden waren. In 1907 ontstond de CNV (Christelijk Nationaal Vakverbond) inclusief de R.Katholieken, maar onder protest van de bisschoppen scheidden die zich drie jaar later al weer af, dat notabene duurde tot in de jaren zeventig.

Arbeidsrecht dat onmiskenbaar verbonden is aan het recht op geluk, gezondheid en een humane manier van leven, is voor ieder mens gelijk. Het is een levenswet. Geen luxe. Iedereen die hier vanuit een hiërarchische positie en machtsmiddelen niet gelijkwaardig mee omgaat, vind ik de positie niet waardig. Dan verhef je je boven een ander en misbruik je je plek in het veld.

Vaak leg ik pubers in een klaslokaal uit dat zij de macht over de les hebben, niet ik. Uiteraard kan ik middelen inzetten om de rust te bewaken, zodat er ruimte is voor persoonlijke en cognitieve ontwikkeling. Maar of ik die plek krijg, wordt door hen bepaald. Ze kunnen alle 25 opstaan en weglopen. En dan is er geen les. Dan kan ik boos worden, dan kunnen we als samenleving sancties opleggen en boetes uitdelen. Maar welke arrogantie is het als je denkt te kunnen bepalen wanneer een ander ‘leert’?

We leven nu in een tijd waarin we, kunnen observeren welke golfbewegingen er in de eeuwen voor ons werden gemaakt. Economisch, maar ook sociologisch en geografisch. Er is een nieuwe dimensie bijgekomen, waar ze honderdvijftig jaar geleden nog niet van konden dromen: De digitalisering biedt ons ongekende mogelijkheden, waarbij één van de meest grandioze kansen is de gelijkheid die we hebben. Ieder van ons heeft evenveel toegang tot informatie, kennis, ontdekkingen, teksten, films en audiobestanden. We kunnen onszelf in die zin állemaal verrijken op een manier waardoor we wijzer worden over onze eigen positie en de positie van onze sector in het werkveld. We kunnen sneller en makkelijker communiceren met werelden om ons heen en ontdekken op die manier een nieuw evenwicht.

Met deze nieuwe dimensie is ook de hiërarchisch positie van werkgevers geen logische meer. In 1903 kon premier Abraham Kuyper nog een wet creëren waarin stond dat staken voor ambtenaren en spoorwegpersoneel verboden was (anders kwam die spoorrails nooit af), maar je denkt toch zeker niet dat wie dan ook zichzelf anno 2017 zoiets moet kunnen laten zeggen. Ben je mal!

Ja, maar ik wil mijn baan niet kwijt‘ zullen sommige mensen zeggen. Werk dan samen! Sta op en vertel dat je het werk pas weer op pakt als je respectvol behandeld wordt. Daar hoef je toch geen vakbond voor te bellen? Ik heb drie keer in een arbeidssituatie gezeten waarin ik ‘last’ had van de manier waarop de leidinggevende keuzes maakte en daar ook ruiterlijk voor uit kwam (dat geluk had ik dan ook weer. Dat scheelt piekeren en nadenken). Drie keer betekende het dat ik binnen een maand opstond en weg ging (tot ik in 2012 zelfstandige werd). Je denkt toch niet dat ik ergens blijf waar we niet met z’n allen voor het grote geheel gaan? Dat is zonde van de tijd en energie die je uit kan geven. (Alle drie de keren betekende het trouwens dat de organisatie waar ik werkte het jaar daarna problemen kreeg of failliet ging).

DE POT MET GOUD.

Maar om hoeveel geld gaat het dan? Hoeveel geld geven leraren jaarlijks aan deze verkapte verzekeringsmaatschappijen en hoeveel indirecte belasting gaat er naar deze clubs?

Ik ging in mijn rekensom enkel uit van onderwijsvakbonden. 138.000 vakbondsleden in totaal, verspreidt over de AOb en de CNV-O, die gemiddeld genomen allemaal €120,- per kalenderjaar betalen (€10,- pm). Dit maakt een totaal van €16.560.000,-. Hier telde ik de 34.000 leden van de (onderwijs) vakverenigingen bij op, die per persoon jaarlijks €75,- betalen. Dit geeft €2.380.000. Deze twee bedragen bij elkaar opgeteld, liet me een bedrag zien van €18.940.000,-.

Dit is enkel wat de leraren netto kwijt zijn aan de vakbonden en -verenigingen. Het bedrag dat werkelijk binnen komt, ligt nog veel hoger. Voor deze rekensom ga ik uit van een gemiddelde van €18,- dat maandelijks ontvangen wordt. Dat is €216,- per jaar per persoon. Dan volgt dezelfde rekensom: 138.000 x €216,- = €29.808.000,-. Het bedrag van de vakverenigingen hou ik voor het gemak gelijk – het is onduidelijk hoe de verdeelsleutel hier is. €2.380.000 met het eerder genoemde bedrag wordt een totaal van bruto € 32.188.000,- dat bij de onderwijsvakbonden binnenkomt. Deels is dit indirect belastinggeld.

DE OPLOSSING. 

Om een nieuw paradigma te creëren dat minstens zoveel waarde heeft als het eerdere systeem, moet je eerst kijken welke waarde er eigenlijk geleverd werd. Voor de onderwijsvakbonden is dat m.i. het volgende:

  • Juridische informatie over CAO in het onderwijs (rechtsbijstand)
  • Juridische bijstand met betrekking tot arbeidsrecht in het onderwijs (rechtsbijstand)
  • Een (onbekende) afvaardiging die met de overheid onderhandelt over de CAO in het onderwijs.

En dan heb je het wel zo’n beetje gehad. Persoonlijk houd ik erg van wat extra cadeautjes, zoals gemeenschapszin (lees: community building), verbondenheid, optimisme en dienstbaarheid aan het collectief. Maar ik heb ondertussen wel door dat die wijsheid nog niet door gedrongen is in de wereld van de vakbonden. Dus, komen we uit bij deze drie punten.

De vraag is nu of we voor €18.940.000,- (want dat is het bedrag dat leraren uit de sector aan de vakbond besteden) diezelfde waarde, plús iets beters, kunnen creëren. Alleen dán is het de moeite van veranderen waard (mensen veranderen alleen als ze denken dat het voor henzelf beter is. Er moet een urgentie zijn).

Ik begin bij de rechtsbijstand en de informatievoorziening van de vakbonden aan het werkveld. Elke leraar is minimaal HBO geschoold. Dit geeft een bepaald denk- en werkniveau mee, waarvan je mag verwachten dat ze begrijpen hoe het opzoeken van informatie werkt. Ook mogen we van leraren een oplossingsgerichtheid verwachten (ze maken immers ook educatieve middelen en voeren pedagogische interventies uit). Daarnaast weet elke leraar hoe google werkt. Al deze ingrediënten maken dat er een stukje informatievoorziening vanuit de vakbonden terug gelegd kan worden bij de leraar.

Als er een landelijke forum-pagina komt, waar mensen hun eigen vragen en antwoorden kunnen plaatsen, dan is er al een groot gedeelte van de puzzel opgelost. De overheid wil – heel – graag dat leraren meer eigenaarschap nemen, dus dan slaan we meteen twee vliegen in één klap. Het LIA werkt al met een forum-pagina, waaruit blijkt dat zeer goed functioneert.

Voor de werkelijk lastige en ingewikkelde juridische kwesties, kan er een onderwijsrechtswinkel worden opgericht. Uiteraard met een educatieve insteek! Niet geheel kosteloos, maar als alle leraren toch die €216,- per jaar opgeven bij de belasting en er dus €13.248.000,- uit onze collectieve belastingpot bij de vakbonden terecht komt (want €29.808.000,- – €16.560.000 = €13.248.000,-), kan de samenleving (waar alle leraren per slot van rekening ook onder vallen) deze educatieve onderwijsrechtswinkel best een stukje financieren. Als de samenleving een goed onderwijssysteem met zelfvertrouwen wenst voor haar kinderen, dan mag ze helpen. Dat kan op deze manier!

Daarnaast kan er bij de onderwijsrechtswinkel tegelijkertijd een uitwisselingssysteem van waarde ontstaan. Een circulair economisch model, gebaseerd op waarden in plaats van geld. Leraren kunnen vrijwillig hun expertise in de vorm van les en training aanbieden. Beslist niet als ruilmiddel (!), maar vanuit over-waarde en bijdrage aan het collectieve veld. Voor juridische en fiscale studenten biedt dit systeem een extra mogelijkheden om zich breder te ontwikkelen (lees: systemisch), waardoor ze na hun studie eenvoudiger bruggen kunnen slaan tussen burger en rechtsstaat. (Wellicht zouden we er meteen ook de economie faculteit mee kunnen verblijden, want – hoe leuk ik ze ook vind – de economie is best nog steeds wel beetje een stroming die vanuit schaarste naar de wereld kijkt).

En íedereen die dan ook nog een rechtsbijstandsverzekering wil, kan er gewoon eentje aanschaffen voor een paar euro. Dan komt er wel een echte verzekeringsmaatschappij die collectieve verzekeringen regelt voor €2,- per persoon per maand. Dat hoeven we niet te organiseren – dat doet de vrije markt wel.

Volgens mij hebben we dan de rechtsbijstand en informatievoorziening geregeld en zèlfs nog extra waarde toegevoegd! Win (individu) -win (het onderwijsveld) -win (de maatschappij! 

DAN DE CAO ONDERHANDELINGEN. 

Dit ligt wat complexen om een hele simpele reden: Ik kan níet met zekerheid zeggen of de vakbonden een vinger in de pap te roeren hebben als het aankomt op CAO onderhandelingen. Als ik heel eerlijk ben, vertrouw ik het niet. Maar het is een intuïtief gevoel dat ik niet kan bewijzen. Het enige dat ik wel kan doen, is de signalen delen die ik denk waar te nemen, maar zoals ik al, ik kan niks met zekerheid zeggen.

Een aantal signalen zijn de volgende: Er wordt op geen enkele manier transparant gecommuniceerd. Niet door de overheid (OCW) en niet door bonden. Ook de PO- en VO-raad delen wèl transparant de opkomst van de schoolbesturen op het moment dat er een stemming is geweest, maar we weten allemaal hoe het werkt als je elkaar uit de wandelgangen kent. Debatteren (lees: onderhandelen) over een CAO is, wat mij betreft nauwelijks iets waard. Elke ondernemer weet dit – een onderhandeling heeft met enorm veel factoren te maken, waarbij sfeer, relatie en interactie in het moment de doorslaggevende factoren zijn. Mensen kopen vanuit relatie, zelden vanuit een product. Dat is bij een CAO onderhandeling opeens echt niet anders. Dit zou helemaal geen probleem hoeven zijn, als er vertrouwen was…

Het vertrouwen in de onderwijsvakbonden is dalende, dat zien we ook aan het dalende aantal leden door de jaren heen. Bovendien vind ik dat je je leden een verklaring verplicht bent op het moment dat er in een onderhandeling iets niet gelukt is. Ik heb nergens een dergelijke uitleg kunnen vinden, wat ik oprecht vreemd vind. Als ik met vrienden op vakantie ga en ik moet iets fixen, dan leg ik het ook uit als het niet lukt. Als ik de initiatiefnemer ben van een – laten we zeggen – landelijke zwerfafval opruimactie, dan leg ik ook wat er wel en wat er niet gelukt is. Zó ontwikkel je samen en geef je anderen de kans om je te komen helpen als het nodig is. Vakbonden doen dit niet. De communicatie is enkel aanwezig als er een ruilmiddel is in de vorm van geld. Dat is geen helpen!  

Allemaal suggestief vanuit mijn kant. Ik weet het. En ik heb de waarheid ook zeker niet in pacht. Ik heb wel een idee hoe we veel makkelijker kunnen mee bepalen hoe de CAO er uit ziet èn we meteen ook weer tegemoet komen aan het gewenste eigenaarschap van de leraar.

Het lost tevens een ander probleem op waar ik een paar maanden geleden achter de kwam: De doorgaande lijn van de minister naar de leerling. Die is er namelijk niet in Nederland. Ik heb mijn uiterste best gedaan om een visueel overzicht te bemachtigen waarin ik leerlingen de lijn van OCW naar ons klaslokaal zou kunnen laten zien. Het bestond simpelweg niet. Zelfs de rijksoverheid heeft mee helpen zoeken. Toen ik aanbood om het dan maar te maken, zeiden ze dat er meer mensen de behoefte aan zo’n overzicht moesten hebben. Dat vond ik een beetje flauw, dus liet ik het gaan.

Wat ik door deze opmerkelijke ervaring wel ontdekte is dat er een gapend groot gat prijkt tussen de beleidsmakers van onderwijs en de mensen die werkelijk verstand hebben van leerlingen en lesgeven. Dat gat is een paar ravijnen breed en verschrikkelijk diep. Deze ontdekking deed me ook realiseren waarom leraren zich soms zo murw geslagen en gefrustreerd kunnen voelen – dat is nogal wiedes als er aan de overkant van het ravijn mensen beslissen over de dingen die jij aan het bouwen bent. Stel je voor, zonder dat ze zien waar het overgaat roepen ze je toe welke gereedschappen je móet gebruiken, in hoeveel uur je dat moet doen en welke afmetingen het precies moet hebben. Terwijl ze niks zien. Tussendoor sturen ze dan zo af en toe een postduif (lees: inspectie) naar de overkant van het ravijn, of een papegaai ofzo (da’s leuker voor het beeld) om te checken hoe het gaat. En als het niet gaat, krijg je minder te eten. Oh ja, want dat was ik er vergeten bij te vermelden: Aan de overkant van het ravijn staan de vruchtbare bananenplanten en kokosnotenbomen. Daar is het eten.

Een gekke en absurde parabel, maar dit is wel hoe het werkt. De beleidsmakers op het ministerie debatteren  en discussiëren met andere beleidsmakers bij adviesraden en adviescommissies, terwijl de essentie van het geheel ergens op een plek met leerlingen en een leraar gebeurt.

DUS. DE OPLOSSING. 

Bouw een digitaal systeem waar elke leraar een inlog code voor krijgt. Met een anonieme registratie (ik weet dat niks dat digitaal is anoniem is, maar laat ze er dan in ieder geval moeite voor doen). In die digitale omgeving kan OCW gerichte vragen stellen die direct naar de juiste doelgroep gaan. Gespecificeerd naar onderwijsniveau (PO, VO, MBO, HBO, UNI) en vak specialisme. Elke leraar kiest zelf of hij/zij mee wil doen aan een stemming, maar als je niks bijdraagt, mag je ook niks te klagen hebben. Dat scheelt enorm veel gezeur en levert een hoop verbinding op.

Een tweede mooie bijkomstigheid bij dit systeem is dat OCW direct kan communiceren met de mensen die expertise in lesgeven hebben: leraren! Er hoeft veel minder vergaderd te worden op die manier, alle lobby clubjes zijn in één klap overbodig geworden (want, praten over onderwijs is ècht iets anders dan het doen) en er is ook meteen in kaart hoe de ontwikkelingen sociaal geografisch zijn, want je ziet meteen uit welke regio iemand komt. Tot slot is verbinden op die manier een stuk gemakkelijker! Ik ken een aantal mensen die allemaal wel eens koffie drinken bij OCW, maar ik heb OCW nog nooit al die mensen met elkaar zien verbinden zodat ze mooie dingen kunnen maken. Dat zou met zo’n digitaal platform onmiddellijk getackeld zijn.

Het LIA maakt al gebruik van een digitale manier van stemmen, zodat alle leden meteen betrokken worden en er geen afsplitsingen ontstaan. Ook het politieke platform GeenPeil heeft deze manier van stemmen en het transparant maken van collectieve gedachten als kernactiviteit in de opzet zitten. Er komen steeds meer voorbeelden waarbij duidelijk wordt dat we internet op een waardevol manier kunnen inzetten om onze democratie nieuwe handvat(t)en te geven. Laten we het dan ook gebruiken! En weer gewoon voor elkaar gaan zorgen als dat nodig is. 

 

 

 

 

 

 

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: