Als de leerling zijn eigen onderwijs betaalt!

Stel, dat we al het geld dat nu naar onderwijs gaat, ‘gewoon’ uitdelen aan de mensen voor wie het bestemd is? Aan. De. Leerlingen. Stel dat we dat doen. Dan krijgt elke leerling aan het begin van het schooljaar een bundeltje geld. Pak ‘em beet zo’n €8.000,- netto, want dat is exact hetzelfde bedrag dat OCW nu aan de leerling in het VO uitgeeft. Makkelijk!

En van dat geld kan een leerling zijn of haar eigen onderwijs inkopen. Ja, u hoort het goed. Inkopen. Dit proces begint vanaf het voortgezet onderwijs. Als de leerling groeit (en geacht wordt te groeien) in autonomie. De leerling kiest, in overleg met leraren en ouders, de vakken die belangrijk voor hem zijn en het aantal lesuur dat daar bij hoort. Dat doe je voor een bepaalde periode, want misschien kan je na drie maanden wel veel meer dan je ooit gedacht had, of werd je ondertussen verliefd, staarde de hele dag uit het raam en heb je nu dus geen idee wie Pythagoras is. Nu kan je nog niet weten, wat je later weet. Dus houden we de intervallen kort bij het inkopen van les.

Na drie maanden ga je weer om tafel zitten met leraren en ouders. Geen 600 seconden, maar ruim een half uur. Er wordt flink de tijd genomen, want die heeft zichzelf op wonderbaarlijke wijze gecreëerd nu er minder bureaucratische rompslomp is. Ontwikkelen vanuit een intrinsieke motivatie is altijd krachtiger dan wanneer het opgelegd is, daar zijn zelfs de cognitieve gedragswetenschappers het over eens.

Tijdens de drie maanden is er flink gemonitord, zowel door de leerling als door de leraar. Er is door formatief te toetsen en leuke rubrics een heldere opbouw over de soc. emotionele en cognitieve ontwikkeling ontstaan. Om het maatschappelijk belang in ere te houden (en het voor mensen die houvast nodig hebben niet onnodig ingewikkeld te maken) worden ook de landelijke kerndoelen meegenomen. In de onderbouw van het voortgezet onderwijs zijn dit er 58. Best overzichtelijk. Van daaruit wordt er door de leerling, in samenspraak met de volwassenen, nieuw onderwijs voor de volgende drie maanden ‘ingekocht‘. Dat is ook handig voor OCW en het SLO. Teveel verandering in één keer is in de regel nogal lastig voor instituties.

Hiermee voldoen we meteen aan de zeven kenmerken die het SLO voor de leerling in de onderbouw van het voortgezet heeft opgesteld. Namelijk; de leerling leert actief en in toenemende mate zelfstandig (1), samen met anderen (2), in samenhang (3), oriënteert zich (4), in een uitdagende (5), veilig en gezonde omgeving (6) en de leerling leert in een doorlopende lijn (7). Tot nu voldoet het idee nog steeds aan alle randvoorwaarden.

Het idee is eigenlijk té simpel voor woorden en zou tevens een groot (heel groot) gedoe van het Passend Onderwijs leed wegnemen. Een leerling met een zorgindicatie krijgt dan namelijk zèlf een extra bundeltje geld erbij. Speciaal voor de extra hulp. De geoefende lezer ziet hier natuurlijk onmiddellijk parallellen met het PGB, maar even zonder gekheid: Daar zaten dus mbt het onderwijs óók best voordelen aan. Niet alles was slecht aan het PGB. En zeker als het nu bij de geregistreerde leerling terecht komt in plaats van bij de samenwerkingsverbanden, dan houden we de discretie rondom deze speciale zorggelden ook zuiver. Leerlingen met extra zorg hebben juist de erkenning van zelfbeschikkingsrecht en autonomie nodig om als sterke volwassenen door te groeien.

En stel nou dat een leerling iets wil hebben, dat de school niet bieden kan, maar het cursuscentrum een paar straten verderop wel. Dan kan de leerling onder schooltijd gebruik maken van de cursus die hij volgen wil en heeft daarvoor budget beschikbaar. Zo blijft de regie bij de leraar/mentor/school van de leerling, maar hebben ze wel baat bij een win-win situatie in de gemeenschap waar de school staat. Een win (leerling) – win (school) – win (gemeenschap). 

Het klinkt allemaal enorm eenvoudig, maar toen ik het ging testen kreeg ik toch enige weerstand. Weerstand is goed. Weerstand geeft schuring en schuring geeft glans. Aan mij de taak om te onderzoeken welke angst er achter de weerstand lag.

Angst voor de verandering? Als dat het is hoef ik er verder niks mee. Duizend jaar geleden waren mensen bang voor verandering en over duizend jaar zullen ze dat nog zijn. Angst voor verandering is zinloos, want het gebeurt toch en daarom is het iets dat je beter gewoon kan erkennen en iemand even knuffelen.

Angst om grip op het een-of-ander te verliezen? Ruim genomen dezelfde soort angst als de angst voor de verandering. Grip verliezen overkomt ons allemaal en als je dan je vangnetten klaar hebt hangen, gaat het meestal wel goed. En anders is er altijd wel iemand die er snel eentje voor je ophangt, mocht het nodig zijn.

De ‘We-hebben-het-nog-nooit-gedaan-dus-we-denken-dat-het-niet-kan gedachte’: De angst achter deze gedachte is er vaak eentje die gerelateerd is aan de angst voor verandering, hij is alleen slimmer verpakt. Als je angst rationeel in pakt kan je er namelijk heel lekker over discussiëren en net doen of er niks aan de hand is. Dat speelt hier. Wat hier goed werkt is de omkering en bij behorende uitspraak gebruiken die veel mensen, sinds de hype, van Pipi Langkous kennen: We hebben het nog nooit gedaan, dus ik denk dat het wel kan. 

De ‘Kinderen-kunnen-dit-niet-gedachte’: Ai. Boem. Die raakt me altijd vol in het hart. Ik ben van de school die gelooft dat kinderen alles kunnen. Oke, ze kunnen misschien nog geen staartdelingen maken en weten niet hoe je het voltooid deelwoord vindt. Ze vergissen zich tussen Madagascar en Madeira, denken dat ze 100 meter groot zijn en begrijpen nog niet dat als je een briefje geld weg geeft je meer muntjes terug kan krijgen. Klopt! In al die dingen zijn ze niet-volleerd. En dat hoeft ook niet, want die kennis vinden ze op school. Maar ik heb nog nooit een kind ontmoet dat niet kon vertellen wat zijn lievelingskleur was, of zijn lievelingseten, zijn favoriete kledingstuk en waar hij ’s nachts over droomt. Ik heb nog nooit een kind ontmoet dat niet weet aan welke ouder je moet vragen of je later naar bed mag, van welke ouder je altijd een extra snoepje krijgt en bij welke ouder je net even langer door kan zeuren zodat ze overstag gaan. Ik heb nog nooit een kind ontmoet dat niet weet wat het droomt en als het net doet alsof, dan is het vast en zeker een nare droom geweest. Ik heb nog nooit een kind ontmoet dat niet weet of het slim of dom is, lief of stout, samen of alleen wil zijn. Elk kind weet dit. Of ze het ook aan ons, de volwassenen, vertellen – dat ligt aan ons. Een kind weet, omgeven door de juiste context en in de juiste bedding, altijd wat goed voor hem is.

De ‘Kinderen-kunnen-dit-niet-gedachte’: Vooruit. Het vorige antwoord was wat aan de sentimentele kant. Makkelijk door te prikken door iemand die bijvoorbeeld een wisselbeker in de Kunst van de Eloquentia op de schoorsteenmantel staan heeft. Het mentale antwoord op deze vraag zou beter zijn: We weten immers niet of kinderen dit niet kunnen, omdat we het nog niet geprobeerd hebben. Wat we wel weten is, dat kinderen vanaf twaalf jaar een goed ontwikkeld geweten hebben en volop in hun identiteitsontwikkeling zitten. Ze zoeken naar wegen om uit te vinden waar ze zelf staan. Juist daarom zou het eigenaarschap over een eigen budget hen helpen alvast verantwoordelijkheid te leren dragen voor als ze, een paar jaar daarna, helemaal op eigen benen staan. Zie het als uit de hand gelopen kleed- en zakgeld. Maar dan voor onderwijs.

Meer Ja-Maren en angsten heb ik niet gehoord en kan ik niet bedenken. Maar als iemand ze wel heeft… Laat het me alsjeblieft weten! 

 

 

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: