Een digitaal gedachtenexperiment: Wat is leren nog waard als je ook een hersenchip kan kopen?

Stel je voor, dat je met een klein chipje in je hoofd, een implantaat, opeens alle kennis uit de 32 delen van de Encyclopedia Britannica uit je hoofd kent. Zonder dat je geniaal zou hoeven zijn (want het is nogal briljant zoveel kennis te bezitten). En stel je voor, dat je met een klein chipje in je hoofd opeens vijf talen sprak. Vloeiend en in andere tekens dan het Latijnse alfabet dat wij gebruiken. Dan kon je lezen, schrijven en gesprekken voeren op de meest zeldzame plekken van de aarde. Zonder dat je een krachtige 4G of wifi verbinding nodig hebt waarmee je google translate kan opzoeken op je nieuwste Iphone. 

Dit is nog maar het begin van onuitputtelijke en vergaande mogelijkheden die de techniek de komende decennia voor ons in petto schijnt te hebben.

Een illusie? Nee. Al hield ik me daar zelf, tegen wil en dank, behoorlijk aan vast. Ik houd niet van science fiction films, zie het nut van zeer-zeer-zeer-lange-termijn denken niet in, heb pas drie weken geleden The Matrix voor het eerst gezien en word stiekem heel blij als het me gelukt is om eigenhandig complexe zaken op te lossen. Dingen zoals lampen ophangen, tomaten kweken in het onvoorspelbare Hollandse klimaat, in acht talen de zin ‘Ik spreek geen [taal]‘ kunnen opdreunen, de perfecte merengue maken en begrijpen hoe mijn computer werkt. Ik wil puzzelen! Ik houd van het niet-weten, omdat het enerzijds een poel van leegte brengt waarin je uren rond kan zwemmen, zonder dat er iets gebeurt, en anderzijds uitzicht geeft op een extatisch moment waarin niet-weten om slaat in weten.

Dat romantische proces is dan volkomen overbodig. Met zo’n chipje. De afgelopen weken heb ik hier veel over nagedacht. Mijn romantische inborst en ik voerden debatten en moesten er wat bergen voor oversteken (met credits aan Martijn, die daar een paar uur discussiëren en veel geduld voor over had). Maar sinds ik open sta voor het idee dat Elon Musk nog wel eens gelijk kan krijgen, vliegen de creatieve mogelijkheden en ideeën me om de oren.

Waarom zou het eigenlijk zo slecht zijn als ik wilde geloven? Wat gaat er verloren?

Een chip betekent dat je niet alleen tijd, maar ook een leerproces omzeilt. En een leerproces gaat zelden enkel om het behalen van het gestelde hoofddoel. Tja, voor de kerndoelen van het ministerie van OCW geldt dat, net als voor de inspectie van het onderwijs, maar in werkelijkheid draait leren nooit alleen om dat-wat-je-kunt-aan-het-einde-van-de-streep. Een uitmuntend leerproces is te herkennen aan een parallel persoonlijke ontwikkeling en veel sub-doelen die onderweg voor het gemak ook mee gepakt worden.

Neem de Coopertest. Je weet wel, dat hardloop testje waarbij je in twaalf minuten een zo groot mogelijke afstand af moet leggen. De Coopertest is ooit bedacht door militaire arts Kenneth Cooper, die zijn conditie achteruit zag gaan en voor zichzelf een programma ontwierp waarin hij snel weer op zijn basisconditie zat. De gegevens publiceerde hij en dit werd de Coopertest. Bij de Coopertest meten we dus de basisconditie aan de hand van een gegeven schema. Maar tijdens de Coopertest, waarin je een meetmoment ondergaat, leer je tegelijkertijd ook ontzettend veel andere dingen. Een paar subdoelen:

  • Je leert je energie verdelen over de totale afstand.
  • Je leert tijdens de handeling te monitoren hoe het met je lichaam gaat (hoofd-lijf)
  • Je leert aanpassingen te maken tijdens de handeling (hoofd-lijf)
  • Je leert de interval van twaalf minuten kennen. (tijdsbesef)
  • Als je met meer mensen loopt: Je leert je te verhouden tot het tempo van de anderen
  • Je leert doorzettingsvermogen te ontwikkelen.
  • Je leert om realistisch te kijken naar je eigen handelen.

Dit zijn er zeven. Maar ik had nog even door kunnen gaan, waarbij ik dan onderscheid zou hebben gemaakt in leerdoelen die zich richten op kennis, vaardigheden en attitude/mindset. De meting bij de Coopertest kunnen we natuurlijk vervangen voor het kennen van alle wereldtalen, alle topografische feiten, wiskundige formules, de bewerkingen en noem maar op: Het leerproces er naartoe voorziet bij alles in meer dan één doel. Stel dat er dan een digitaal chipje bestaat, dat de neurologische banen in je brein al de juiste informatie zou hebben gegeven om de Coopertest in de perfecte meting uit te voeren. Dan zou je het dus nooit meer hoeven te ondergaan, omdat de digitale data alle kennis al in huis had. Scheelt je twaalf minuten en veel gedoe, maar hoe leer je dan al die andere zaken?

Je zou voor het onderwijs een nieuw curriculum (kerndoelen) moeten schrijven gericht op persoonlijkheidsontwikkeling en socialisatie van jonge mensen. Kennis verwerving verdient het in deze eeuw, met deze mogelijkheden, om op een nieuwe manier in het licht gezet te worden. Ik maak met deze uitspraak veel onderwijswetenschappers boos, dat realiseer ik me, maar de wetenschap is ontstaan uit een collectieve behoefte van onderzoek en verdieping. Onze wereld verandert door technologie, als we die situaties blijven negeren (zoals mijn romantische inborst stug een tijdje volhield) dan sluiten we ons af voor nieuwe ontdekkingen die toch al onder onze neus aan het gebeuren zijn. Dat zou pas dom zijn.

Jelle Jolles, neurowetenschapper en gespecialiseerd in het tienerbrein, legde mij (en een zaal met 250 andere mensen) een paar weken geleden uit dat de neurologische banen die geactiveerd worden tijdens een saaie rekenles ‘schattend rekenen’ exact dezelfde banen zijn die je gebruikt als je van een muurtje springt en in moet schatten hoe diep het is. Ons brein bestaat namelijk uit een neurologisch netwerk  vol banen die verbindingen creëren tussen de neuronen. Wow! We kunnen dus variërende activiteiten uitvoeren om dezelfde neurologische ontwikkelingen in ons brein te bewerkstelligen! Schattend rekenen is leuk, maar als je dat ook kan leren terwijl je van muurtjes en duinen springt, op ladders en gebouwen klimt, waarom zou je dan een uur aan een tafel in een klas gaan zitten, om sommen te maken?

Hierop voortbordurend zou je digitale spellen zoals Pokemon Go, kunnen uitbreiden met vragen en persoonlijke en groepsloggen. Een groep tieners vertelde me in september 2016 al dat ze best een lesuur per week door de straten wilde lopen om opdrachten uit te voeren aan de hand van Pokemon. Biologie leek ons toen het meest voor de hand liggende vak, omdat je overal planten, bloemen en dieren tegenkomt onderweg. Daarna zouden ze graag samen in de school hun bevindingen delen, ‘want‘ zei één van de leerlingen ‘als je vergelijken kan, dan leer je nog meer.’ En dit klopt. Peer-to-peer leren is voor tieners van levensbelang. Ze zijn erg gevoelig voor de kleinste gedragingen en sociale interacties om hen heen, waardoor het een positieve stimulus oplevert als ze mogen samenwerken. Vroeger noemden we dit gewoon samenwerken, maar tegenwoordig heet het dus peer-to-peer leren.

‘We kunnen school afschaffen!‘ roepen de eerste pioniers die dit hele digitale dingensysteem wel voor zich zien. ‘En alle O&O fondsen ook!’ roept dan de rest. Dat scheelt ons heel veel geld. Een leven lang leren wordt dan overbodig, omdat we alles via chips en digitaal kunnen doen. Dat denk ik niet.

Maar hoe het wel moet vraagt nog een hoop gepuzzel. Een school/universiteit of de trainingen die we volgen als we volwassen zijn hebben meerdere functies dan het zijn van primitieve kennismachines. Het zou niet best zijn zeg, als je enkel kennis op deed in zo’n leersituatie. Een school is bovendien een mini-maatschappij waarin jonge mensen op allerlei lagen voorbereid worden op een zelfstandig leven als ze volwassen zijn. Het draait niet enkel om de stip-aan-de-horizon dat ‘eindexamen‘ heet. Samenwerken binnen die context is voor jonge mensen enorm belangrijk en draagt bij aan wie ze later worden, welke keuzes ze zullen maken en welke overtuigingen zich vast beitelen in hun hart en in hun brein. Denk maar eens terug aan je eigen opleidingen? Herinner je je de inhoud van de lessen, of vooral alles dat in de wandelgangen gebeurde?

Wie we zijn is een synergie van ons gevoel, ons denken en ons zijn. Maar dat mentale stukje, dat wat we weten, kan wellicht dus op een compleet andere manier tot ons komen dan we ooit voor mogelijk hielden. Wat me overigens doet denken aan die keer dat ik, ergens in de jaren negentig, met een dik boek, getiteld ‘Windows voor Dummies een rechte lijn op een getypt A4 vel tekende, omdat ik vergeten was hoe je op de computer een lijn moest maken. Iets met het hebben van een romantische inborst… Sommige dingen veranderen nooit.

 

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: