Sinds wanneer is respect iets uitzonderlijks? #volkskrant

Er stond een uur geleden iets heel anders dan dit op mijn to-do lijstje. Wat dat was? Ik heb werkelijk geen idee. Soms passeren er zulke wonderlijke dingen, dat je niets anders kan dan handelen in het moment. Voor mensen werkzaam binnen het sociaal domein is dit dagelijkse kost. De ‘waan van de dag‘ noemen we dat dan. Of, als het op een bureaucratisch formulier verantwoord moet worden, een ‘acute interventie‘. Anders krijg je het weer niet vergoed (zorgsector) of moet je het later recht breien als de inspectie langs komt (onderwijs).

Mensen werkzaam in het sociaal domein werken 80% van hun tijd reactief. Niet omdat ze dat zo leuk vinden om te doen, maar omdat werken-met-mensen nou eenmaal inherent is aan beweeglijkheid en verandering. Mensen zijn geen plannen. Geen computers. Geen schema’s. En (al denken we van wel) absoluut niet te controleren.

Het type werkende dat zich hier in aanpassen kan en toegevoegde waarde brengt (volgens Darwin the best species van allemaal!) heeft een aantal kenmerken: Het zijn zorgzame mensen, empathisch, compassioneel, bescheiden, leggen graag dingen uit, kunnen goed luisteren, gaan voor het collectief belang – en als het zich tegen hen keert – uit zich dit in nare frustratie. Bij een profielschets als deze weet je dat ‘dankbaarheid‘ vaak al voldoende is om iets van ze gedaan te krijgen. Dit klinkt wat manipulatief en zo wordt het soms ook gebruikt. We kennen allemaal zij die hulp vragen omdat ze denken dat er ‘toch geen nee wordt gezegd‘.

Het primair onderwijs zei een paar maanden geleden keihard NEE. Dit behoeft natuurlijk verder geen uitleg. Je hoeft de krant maar open te slaan of de onderwijsproblematiek walmt je tegemoet. Ze zeiden dus keihard NEE. En wij kunnen dan maar één ding doen: Naar hen luisteren. Het eens omdraaien.

Een situatie creëren waarbij we als samenleving even stoppen met nadenken en gewoon luisteren. En gelukkig. Gelukkig gebeurt dit ook in grote golfbewegingen deinend over ons polderlandje. Het ministerie lijkt zich nog wat zeurend op te stellen, maar ach, ze zitten in een demissionaire periode en hebben al eeuwen het imago dat ze met verschillende petten op, de verkeerde uitspraken op het verkeerde moment doen. Misschien moeten we die niet te serieus nemen. Wie ik wel serieus neem, is de reden waardoor ik nu dit verhaal zit te typen. 

Het is een meneer uit een plaats ergens in Nederland. Een filosofie en natuurkunde leraar op een gymnasium, die vindt dat hij genoeg salaris krijgt (nogal wiedes als je op het gymnasium les geeft) en op 3 juni jl. een ingezonden brief stuurde aan de Volkskrant waarin hij het volgende schreef: Ik voel me door die focus op het salaris miskend en beledigd. Meer salaris is grotendeels blind voor onze hoofdtaak: goed onderwijs geven aan leerlingen. Ik ontleen status aan mijn prestaties, aan het geven van goed onderwijs.

… 

Wow. 

Nog maar een keer. 

Wow. 

Ik geef al jaren geen les meer in het basisonderwijs, dus het zou me eigenlijk niet moeten raken. Maar dat doet het wel. Woedend Enigszins verbolgen word ik hiervan. En cynisch. Sarcastisch. Wat weer zou kunnen leiden naar komedie. Maar in beginsel is het woede verbolgenheid.

Niet om wat hij schrijft. Want in essentie vind ik het gewoon een gemene brief. Dat mag je soms heus hardop zeggen, als het waar is. De meneer geeft niet eens les in het basisonderwijs. Daarnaast heeft hij kennelijk zoveel tijd over, dat hij een ingezonden brief naar de Volkskrant kan sturen over een thema dat hem niet eens aangaat (aan tijd dus geen gebrek). En tot slot laat het briefje zien dat hij er ook nog over nagedacht heeft en nog even Karl Marx citeert met de quote Opium voor het volk (waarvan ik altijd begrepen heb dat dat op religie sloeg. Dus ik surfte even naar wikipedia om vervolgens te ontdekken dat Marx ‘van het volk’ zei en Lenin ‘voor het volk’. Maar het beiden inderdaad sloeg op religie. Een wonderlijke redenatie naar het loonstrookje toe, als je het mij vraagt).

In ieder geval. Niet de inhoud van zijn briefje maakt me boos.

Maar wel het toekomstige effect van de inhoud van zijn briefje.

Ein-de-lijk komen de leraren voor zichzelf aan het op, zijn ze dankzij gebruik van digitale technologie in heel korte tijd aan elkaar verbonden (in de groep PO in Actie), houden ze die optimistische, daadkrachtige energie al vier maanden vol en dan komt er één iemand. Maar, die ene iemand benoemt exact de angel van het probleem, wat maakt waardoor de meeste mensen al jaren hun mond houden. En zegt dan ook nog eens, in één van de grootste kranten van ons land, dat iedereen terug in zijn hok moet en gewoon ‘dank-baar’ moet zijn voor het respect dat je krijgt als leraar.

PARDON? En deze brief wordt vervolgens door duizenden mensen gelezen, want Volkskrant maakte het ‘de brief van de dag’ (leg me dat ook eens even uit alsjeblieft). Waar ook twijfelaars tussen zitten. Mensen die ook vinden dat alle leraren niet gelijk-waardig zijn. Muggenzifters, azijnzeikers en simpelweg onwetenden (met alle respect). En door deze ‘brief van de dag‘ wordt die ene hersencel in het brein van de twijfelaar geactiveerd en begint de discussie opnieuw. NEE.

Als het sociaal domein één troef in handen heeft, waar niemand omheen kan, dan is het hun publieke beroep. Dat wat zó vaak tegen werkt, vermoeid maakt en teveel stuurlui aan wal heeft, kent ook een andere kant: De macht kracht van het collectief. Al eerder schreef ik dat juist het hebben van deze publieke taak het beroep zo kwetsbaar maakt. Waardoor het beroep vaak verwordt tot een roeping: Een taak waarbij je niet klaagt, omdat je het uitvoert voor het grotere belang. In dit geval: De toekomst van onze jonge mensen. De toekomst van onze samenleving.

De kracht van het collectief wordt door bedrijven en grote organisaties altijd gezocht aan de hand van marketing en communicatie. Malcolm Gladwell schreef er een briljant boekje over ‘The Tipping Point’, waarin hij de werking van opschaling en het activeren van grote groepen beschrijft. Daar, waar commerciële partijen een symbolische moord voor zouden doen, hoeft het sociaal domein niet lang te zoeken naar die betrokkenen. Het ís er al. De hele samenleving is onderdeel van het concept school, van de plek waar nieuwsgierigheid het grootste goed is en waar de hele dag niets anders wordt gedaan dan nieuwe dingen ontdekken. Elke Nederlander (zelfs de mensen die denken van niet) hebben baat bij het concept onderwijs.

En nu komt het basisonderwijs eindelijk op voor wat ze materieel en menswaardig waard is!

TERECHT. 

In een complexe, veranderende en uiterst heterogene samenleving, waar multidisciplinaire onderwijsinhoud de hele dag over elkaar heen buitelt en leraren (èlke leraar in po, vo, mbo, hbo en wo) tegelijkertijd interventies moeten bedenken èn uitvoeren, verdient iedereen waardering. Het klinkt heel nobel hoor, om te zeggen wat die meneer zegt. En er zullen duizenden mensen voor vallen. Ik wil status verdienen met mijn prestaties voor de klas, niet met mijn bankrekening.” zegt hij. Maar kom op, als je er even omgekeerd naar kijkt, dan zie je onmiddellijk dat het niet klopt.

ELK beroep verdient namelijk respect. Sterker nog, elke ontmoeting. Elke vluchtige voorbijgang. Elk oogcontact, elk gesprek. Respect ontvangen is geen cadeau. Het is een basisgegeven van waaruit wij als mensen met elkaar omgaan. Het is het begin in plaats van het einde. ‘Maar Annette, de meneer heeft het over status. Niet over respect’. Voor zijn plezier heb ik de ontleding van status maar weg gelaten. Status impliceert namelijk hiërarchie. En deze meneer, die lesgeeft op een gymnasium en pleit voor het in stand houden van de salariëring in het basisonderwijs, zal vast niet de bedoeling hebben gehad om hiërarchie aan te duiden. Althans, dat mag ik hopen.

Overigens heb ik wel altijd geleerd dat je mensen moet geven wat ze wensen. En het zou dom zijn om de verzoeken van de meneer te negeren. Kunnen we het salaris van deze meneer dan gewoon doneren aan een basisschool ergens in Nederland? Daar kunnen ze het vast goed gebruiken. Of aan de onkosten van de groep ‘PO in Actie’ (die zonder uitgaven even 40.000 mensen verbonden hebben). Vindt deze meneer vast niet erg. Hij heeft klaarblijkelijk aan ‘status uit zijn prestaties’ voldoende…

 

 

 

%d bloggers liken dit: